Memorandum artikel 2019

Op 26 mei 2019 zijn het Vlaamse, federale en Europese verkiezingen. Net zoals de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 zijn deze verkiezingen ontzettend belangrijk voor kinderen en jongeren in ons land. De Vlaamse, federale en Europese beleidsprioriteiten hebben immers rechtstreeks of onrechtstreeks invloed op hun leefwereld.

Hieronder schuiven we - Formaat en de kinderen en jongeren in en rond jeugdhuizen - acht brede thema's naar voor. Acht thema's waar telkens standpunten, vragen en/of eisen aan vasthangen. Neem deze vragen ter harte en zorg, samen met ons, voor een open, sociale en solidaire samenleving. Deze tekst is zowel een oproep om de stem van kinderen en jongeren serieus te nemen, als een manier om die stem tot bij de beleidsmakers te krijgen.

  • Lees het memorandum van Formaat voor de verkiezingen van mei 2019 hieronder of download de pdf hier.
  • Meer weten over het memorandum van Formaat en de verkiezingen? Check het allemaal hier.

Alle illustraties zijn van de hand van Flore Deman.

data/upload/assets/1IGCover-verkiezingen-1.jpg

10 jaar tijd is het subsidiebedrag dat Formaat krijgt van de Vlaamse Gemeenschap verdubbeld. Dit is deels te verklaren door een noodzakelijke inhaalbeweging. De jeugdhuisfederatie hinkte wat achterop in vergelijking met de subsidiëring van jeugdwerkkoepels die een gelijkaardig volume van lokale afdelingen en jongeren bereiken. Deels is dit ook te verklaren doordat Formaat actief heeft ingezet op het jeugdhuiswerk van de toekomst en succesvolle initiatieven realiseerde op vlak van diversiteit, professionalisering, jeugdhuisinfrastructuur … Hierdoor is de reikwijdte en draagkracht van Formaat sterk toegenomen.

data/upload/assets/Memorandum2019_grafieken.png

Uit de rechtse grafiek blijkt dat het aantal jeugdhuizen de laatste 15 jaar is toegenomen. Formaat telt een kwart meer leden-jeugdhuizen dan 15 jaar geleden. Er komen jaarlijks nog steeds nieuwe jeugdhuizen bij. Dit zijn jeugdhuizen die minder geworteld zijn in de tradities en met een eigentijds aanbod nieuwe doelgroepen weten te vinden. Door demografische veranderingen stellen we eveneens vast dat jeugdhuizen in sommige buurten het moeilijk krijgen. Voornamelijk in stedelijke wijken is dit het geval. Dit zijn jeugdhuizen die verdwijnen. Gelukkig duurt het meestal niet lang vooraleer in deze wijken nieuwe jeugdhuizen ontstaan die wel beter aansluiten bij de veranderende noden en interesses van de jongeren in die wijk. Dit laatste verklaart de schommeling in ledenaantallen.

data/upload/assets/Memorandum2019_grafieken2.jpg

Deze grafiek geeft een overzicht van het aantal bovenlokale projecten in jeugdhuizen gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. De bovenlokale projecten kwamen in 2013 niet zomaar uit de lucht gevallen. De regelgeving is het resultaat van een hervorming van het bestaande DAC-decreet, en ook de bijhorende middelen komen uit dit decreet. Het ging dus niet over nieuwe middelen, wel over een herschikking en herverdeling. Vanaf 2020 zullen de middelen verdeeld worden via het decreet bovenlokaal jeugdwerk. Op zes jaar kunnen we spreken van bijna een verdubbeling van het budget. De impact van deze subsidieregeling op jeugdhuizen is niet te onderschatten. Zes jaar na datum zien we dat de projecten heel wat nieuwe inhouden en mogelijkheden hebben gecreëerd. Het nieuwe verhaal heeft serieux gegeven aan het jeugdhuis en in de buurt of stad heeft het de appreciatie van jeugdhuizen alleen maar doen toenemen. Meer dan vroeger vinden ook meisjes en andere doelgroepen er hun weg naar toe. De mancaves van weleer worden stilaan meer divers. Pleinen en leegstaande ruimtes worden bezet, musea overgenomen, jeugdhuizen zetten straffe samenwerkingen op met partners en ook met elkaar, ze vinden een nieuwe adem in samenwerkingen met lokale partners uit verschillende domeinen. Ze meten zichzelf ook een nieuwe rol aan in het lokaal jeugdwerk.

Wat verder in het memorandum zullen we aantonen dat er nog een grote groeimarge zit op deze subsidielijn en bijhorende middelen.

1. PROFESSIONALISEER EN INNOVEER HET JEUGDHUISWERK VERDER

data/upload/assets/2IGBovenlokaleprojecten.jpg

Waarover gaat het?

Jeugdhuizen kunnen sinds 2014 via Vlaamse middelen gesubsidieerd worden om in te zetten op een werking die jongeren stimuleert tot ondernemerschap en/of artistieke expressie. Deze Vlaamse middelen hebben de voorbije 5 jaar geleid tot een enorme boost in de activiteiten en het jongerenbereik van deze jeugdhuizen.

Sinds 2019 gebeurt de verdeling van deze middelen via het ‘decreet bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen’. Dit decreet optimaliseert de bestaande regeling. De belangrijkste verbeteringen zijn:

  • Jeugdhuizen worden gestimuleerd om een langetermijnvisie te formuleren door de opmaak van een beleidsnota.
  • Jeugdhuizen hebben meer rechtszekerheid over hun middelen dankzij een subsidieperiode van telkens 4 jaar.
  • Jeugdhuizen hebben meer vrijheid in de besteding van de middelen dankzij een enveloppe-subsidiëring.

Na de uitholling van het decreet lokaal jeugdbeleid (2015) en het wegvallen van de bevoegdheid jeugd in de provinciale overheid (2018), is het ‘decreet bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen’ het belangrijkste instrument van de Vlaamse Gemeenschap om op (boven)lokaal niveau stimulansen te geven voor verdere professionalisering en diversifiëring van het jeugdwerk.

Wat vragen we?

Formaat is zeer tevreden over dit decreet. We formuleren wel enkele aandachts- en verbeterpunten:

  • Hou rekening met de oorsprong van de middelen. De komende jaren zullen de middelen voor jeugdhuizen in het ‘decreet bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen’ groeien. Zo wordt tewerkstelling met de ex-DAC regeling beëindigd. Die middelen worden toegevoegd aan de middelen van dit decreet. De Vlaamse jeugdraad berekende het totaal van de middelen dat de komende jaren nog zal vrijkomen op 2,8 miljoen euro. Formaat vraagt:
    • Om deze middelen integraal te besteden in het decreet bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen.
    • Om rekening te houden met de herkomst van deze middelen en deze dus te blijven investeren in jeugdhuizen. Een eenvoudige rekensom maakt duidelijk dat dit in de toekomst ook nodig zal zijn. Momenteel wordt er vanuit Vlaanderen 3 474 000 euro geïnvesteerd in jeugdhuizen. Er zijn op dit moment een 75-tal jeugdhuizen die voldoen aan de criteria. Elk jeugdhuis kan 100 000 euro aanvragen. Om dit te realiseren is meer dan een verdubbeling van de middelen nodig. Het investeren van het budget dat de komende jaren vrij zal komen (2,8 miljoen euro) is dus nodig.
  • Maak een tussentijdse instap mogelijk. Momenteel kunnen jeugdhuizen niet tussentijds instappen. Subsidie-aanvraag is enkel mogelijk om de vier jaar. Dankzij een tussentijdse instap moeten jeugdhuizen die de transitie maken van vrijwilligersjeugdhuis naar geprofessionaliseerd jeugdhuis geen vier jaar wachten om in te tekenen op deze Vlaamse middelen. Concreet stellen we voor dat er in 2021 een projectoproep wordt verspreid waar jeugdhuizen op kunnen indienen. Op die manier kunnen deze jeugdhuizen vanaf 2022 al een tweejarig project opstarten rond één van de drie prioriteiten. In 2023 kunnen deze jeugdhuizen dan intekenen op een structurele subsidie vanaf 2024. Het decreet bovenlokaal jeugdwerk moet dus een decretale basis voorzien voor een dergelijke projectoproep.

2. ZORG VOOR BETAALBARE EN DUURZAME PLEKKEN VOOR JONGEREN data/upload/assets/3IGInfrastructuur.jpg

Jeugdhuizen en jongerencentra zijn niet enkel organisaties en netwerken van jongeren, het zijn ook fysieke plekken. Jongeren hebben nood aan zo’n plek:een vertrouwde, veilige en toegankelijke ruimte waar de vrijheid bestaat om al doende te leren en zich te ontplooien. Om elkaar te kunnen blijven ontmoeten en een goeie, gezellige en brede werking uit te bouwen hebben jongeren nood aan een eigen plek die veilig, flexibel, multifunctioneel en duurzaam is.

Die plekken worden almaar schaarser, zeker in stedelijke contexten. Formaat ijvert ervoor dat jeugdhuizen die ruimte aan jongeren kunnen blijven bieden. Sterke, duurzame jeugdhuisinfrastructuur op maat van jongeren is immers meer dan ooit nodig.

2.1 Duurzame jeugdlokalen

Waarover gaat het?

Jongeren liggen wakker van de klimaatopwarming. Ook de Vlaamse Regering formuleerde in 2016 haar klimaatdoelstellingen. Het beperken van de energie-uitstoot is daar een kernelement. Jeugdhuizen kunnen hun eigen steentje bijdragen door bewust na te denken over wat ze verkopen, door echte groene stroom af te nemen, door samen met de gemeente in te zetten op gedeeld ruimtegebruik van hun lokalen, enzovoort. De impact die jeugdhuizen op dit verhaal kunnen hebben, blijft echter beperkt. Bovendien is het zonder ondersteuning en deskundige begeleiding ontzettend moeilijk om hier zelf mee aan de slag te gaan.

De maatregelen die in het verleden werden getroffen, bijvoorbeeld de investeringssubsidies voor culturele infrastructuur met bovenlokaal belang via het Fonds Culturele Infrastructuur (FoCI) die in 2017 door de Vlaamse Regering werden goedgekeurd, zijn niet aangepast aan de realiteit van jeugdhuizen. Ze zijn daarom vaak onhaalbaar en soms zelfs onwenselijk.

Wat vragen we?

  • Geef middelen aan de jeugdsector (Formaat, partners …) om te onderzoeken hoe jeugdlokalen ecologischer kunnen werken, niet alleen op vlak van infrastructuur, maar ook op vlak van aankoopbeleid, lokalengebruik, enzovoort. Zo komen we tot een samenwerking tussen de jeugdsector en organisaties met expertise hierover, en kan knowhow meer verspreid en gedeeld worden.
  • Geef middelen aan de jeugdsector (Formaat, partners …) om te onderzoeken hoe sommige, grotere jeugdlokalen ‘energiefabrieken’ kunnen worden en zo een ecologische voorbeeldfunctie kunnen opnemen. Met bijvoorbeeld:
    • Zonnepanelen – dit geldt enkel voor grote gebouwen met met een goed geïsoleerd dak die frequent gebruikt worden
    • Groendaken en groene gevels
    • Een oplaadpunt voor elektrische fietsen
    • Honderd procent hernieuwbare energie
  • Zet consequent en jeugdgericht in op verwerving, hergebruik, tijdelijk gebruik en intensivering als alternatieven voor het aansnijden van nieuwe ruimte. Werk drempels weg voor gedeeld en tijdelijk ruimtegebruik door jeugd.

2.2 Een klimaatvriendelijke jeugdhuisomgeving

Waarover gaat het?

Kinderen en jongeren hebben recht op een veerkrachtige ruimte, een leefbaar klimaat en een ecosysteem in evenwicht. Dat vraagt om een duurzame ontwikkeling als alternatief voor het huidige economische groeimodel.

Wat vragen we?

  • Zorg voor een klimaatvriendelijke jeugdhuisomgeving met aandacht voor klimaatadaptatie. Dat wil zeggen meer aandacht voor groendaken, groene gevels, steenbreek, waterinfiltratie, oplaadpunten voor elektrische fietsen in plaats van meer parking … De Vlaamse Overheid kan hier bijvoorbeeld prikkelend werken via subsidies.
  • Er is nood aan lokale voortrekkers en aan bewustwording van lokale besturen. Neem hier een stimulerende rol op. Een jeugdhuis heeft immers ook een educatieve rol. Zo is een klimaatvriendelijke buitenruimte een belangrijk signaal naar jongeren die de aanpak van de klimaatopwarming als prioriteit zien.
  • Zorg voor een energietransitie naar een koolstofarme samenleving door te desinvesteren in fossiele brandstoffen en te investeren in de uitbouw van 100% hernieuwbare energie tegen 2050, zonder daarbij valse oplossingen in te schakelen. Maak dus komaf met aardgas en stookolie als belangrijkste energiebronnen.

2.3 Project Infrastructuur

Waarover gaat het?

Uit het jeugdhuizenonderzoek van de Vlaamse overheid uit 2014(*1) blijkt het belang van degelijke jeugdhuisinfrastructuur. Zo kennen jeugdhuizen met een modern, aangepast en polyvalent gebouw gemiddeld een hoger jongerenbereik. Daarnaast toont onze jeugdhuisbevraging in 2016(*2) dat jeugdhuizen het belangrijk vinden dat de infrastructuur afgestemd is op hun werking.

Daarom startte Formaat in de beleidsperiode 2014 – 2017 het project infrastructuur op. Tijdens de eerste jaren van de beleidsperiode lag de focus voornamelijk op de uitvoering van basiswerkzaamheden (herstellingen, schilderwerken …). Naarmate het project vorderde, evolueerde het naar infrastructuurwerken die een duidelijkere link hebben met de inhoudelijke werking. De infrastructuur bepaalt namelijk in grote mate de mogelijkheden om de werking en/of doelgroep van het jeugdhuis te verbreden. Zeker jeugdhuizen in de stad geven aan dat hun infrastructuur vaak niet aangepast is aan nieuwe doelgroepen en de daaraan gekoppelde verbreding van de werking. De infrastructuur van jeugdhuizen is nog te vaak uitgebouwd vanuit een ontmoetingsruimte waarin de toog centraal staat. Dit is niet in overeenstemming met de noden van nieuwe doelgroepen.

Een overzicht van de uitgevoerde werken en de middelen die daarvoor nodig waren:


data/upload/assets/memorandum2019_Grafieken4.jpg

(*1. http://www.sociaalcultureel.be/jeugd/onderzoek/jeu... ; *2. Ter voorbereiding van de opmaak van het beleidsplan 2018 – 2021, organiseerde Formaat een bevraging bij stakeholders (eigen personeel, vrijwilligers, de RaaT van Formaat, professionals actief in de sector, bestuurders van jeugdhuizen, enzovoort).

Het project infrastructuur had, met een minimum aan subsidies, toch een substantiële impact op jeugdhuizen in Vlaanderen. Zo leidde dit project niet alleen tot een veiligere en meer duurzame infrastructuur voor groepen jongeren, maar ook tot een verbreding van de werking en de doelgroep door een beter aangepaste infrastructuur. Daarnaast zorgde het voor een positieve impact op jongeren uit het deeltijds onderwijs. Zij doen immers hun eerste werkervaringen op in een omgeving die dicht aanleunt bij hun leefwereld. Doordat ze zich kunnen identificeren met hun werkplaats, zien ze bovendien de vruchten van hun arbeid en zijn ze daar terecht trots op.

Wat vragen we?

  • Hoewel de administratie het project positief evalueerde, werd het werkingsbudget toch gehalveerd. Daardoor konden contracten met partners niet worden gecontinueerd. We vragen dan ook om de budgetten voor dit project opnieuw op te trekken tot het niveau van de vorige beleidsnota (600 000 euro over vier jaar). Het project infrastructuur kan immers een voorbeeldproject zijn voor de jeugdsector. Formaat wil dan ook graag haar expertise en ervaring delen.

2.4 BTW bij infrastructuurwerken

Waarover gaat het?

Jeugdverenigingen die jeugdwerkinfrastructuur willen (ver)bouwen, betalen daar vandaag 21% btw voor. Als we het jeugdwerk willen ondersteunen in het verduurzamen, energiezuiniger maken en intensiever benutten van jeugdwerkinfrastructuren, dan moet dit tarief worden verlaagd.

Wat vragen we?

  • Verlaag de BTW bij energiezuinige nieuwbouw naar 6%.
  • Stel ook de BTW bij renovatie van jeugdlokalen gelijk met die bij particuliere woningbouw (residentieel) en scholen: 6%.

2.5 Jeugdhuiswerk en de publieke ruimte

Waarover gaat het?

Er is een grote bezorgdheid in de samenleving over de veiligheid van onze publieke ruimte, maar ook over de veiligheid van jongeren zelf. Dit zijn bezorgdheden die vaak geuit worden door niet-jongeren. Over de publieke ruimte bestaan dan ook allerlei opvattingen: positief en negatief, soms verketterd, soms geromantiseerd. De kwestie is, net als de publieke ruimte zelf, immers erg complex.

Jeugdhuiswerk heeft de kracht om de publieke ruimte te claimen als een plek waar jongeren recht op hebben, zonder ze daarom zelf op te eisen. En dat is belangrijk, want de publieke ruimte heeft een grote impact op de ontwikkeling van jongeren. Onderzoekers beschouwen het als een plaats waar jongeren experimenteren met omgangsvormen en met diversiteit, en waar ze eigen identiteiten ontwikkelen. Ze leren er omgaan met anderen. Maar vooral: jongeren zoeken er hun eigen plek, om ‘onder ons’ te zijn.

De publieke ruimte wordt beschouwd als het vierde opvoedingsmilieu (naast thuis, school en georganiseerde vrije tijd). Die ruimte onderscheidt zich van de andere door de relatieve afwezigheid van controle en autoriteitsfiguren en door de hogere diversiteit aan gebruiken en gebruikers.

Wat vragen we?

  • Ontwikkel een visie op publieke ruimte die rekening houdt met jongeren. Gebruik daarvoor de publicatie ‘Jongeren, jeugdhuiswerk en de publieke ruimte’ van Formaat. Zorg dat de publieke ruimte een ongecontroleerde plaats kan blijven, zonder uitgesproken functie, waar niet moet worden geconsumeerd en waar een diversiteit van gebruiken en gebruikers kan zijn. Het is cruciaal dat jongeren in de publieke ruimte plekken vinden waar ze zelf mee aan de slag kunnen gaan, dus zonder te veel geplande ontwerpen en principes. Plekken die het liefst centraal liggen en publiek toegankelijk zijn. Plekken die multi-functioneel, groen en toegankelijk voor kinderen en jongeren zijn.
  • Laat jongeren hun legitimiteit in de publieke ruimte niet verliezen. Ze krijgen vaak onterecht de stempel ‘overlast’ en ‘hangjongeren’. Laat jongeren vooral zichzelf zijn. Zet hen niet apart en viseer hen niet: van het reageren via lokale preventie-initiatieven, over de GAS-boetes voor ‘overlast’ tot en met de strafrechtelijke vervolging.
  • Ga zelf niet mee in het problematiserende en criminaliserende dominante verhaal over ‘rondhangen’ en stimuleer lokale overheden om daar anders over na te denken.
  • Stimuleer lokale overheden om ongebruikte ruimte ter beschikking te stellen van het jeugdhuis en van jongeren. Zo maak je van ruimtes die voor niemand waren, ruimtes die voor iedereen zijn.

3. STOP HET POLARISEREND DISCOURS EN BESTRIJD DISCRIMINATIE data/upload/assets/4IGDiversiteit.jpg

Jongeren zijn voortdurend bezig met de vraag wie zij zijn en welke positie zij bekleden binnen hun sociale omgeving. Ze zijn op zoek naar hun identiteit. De identiteit van jongeren is veelvormig, dynamisch en veranderlijk. Het is een meervoudige constructie die ontstaat in relatie tot anderen.

Jeugdhuizen zijn plaatsen waar aan identiteitsontwikkeling wordt gedaan. Meestal gebeurt dat vanzelf: het is ingebakken in de jeugdhuismethodiek. Jeugdhuizen staan open voor alle jongeren, bieden een ontmoetingsplaats, activeren jongeren binnen de werking en werken zo aan hun zelfontplooiing. In jeugdhuizen leren jonge mensen via hun engagement om te gaan met verantwoordelijkheid en met elkaar: het is een oefenterrein voor democratische besluitvorming.

Dergelijke plaatsen moeten bestaan en open staan voor alle kinderen en jongeren. Elk kind en elke jongere heeft immers recht op vrije tijd, spel en recreatie (artikel 31 van het kinderrechtenverdrag). Dat is immers goed voor de mentale en fysieke ontwikkeling en zorgt voor verbinding tussen kinderen, jongeren en de maatschappij.

3.1 Erken en stimuleer nieuwe vormen van jeugd(huis)werk

Waarover gaat het?

Jeugdhuizen werken niet met een vast programma: het zijn de jongeren zelf die autonoom invulling geven aan wat er in het jeugdhuis gebeurt. Hierdoor wordt het jeugdhuis een tweede thuis en kunnen jongeren hun ding doen. Een verhaal dat iedereen kent, maar niet iedereen gegund is. Lokale politici, maar ook het jeugdwerk zelf, nemen nog te vaak hun eigen leefwereld en hun eigen ervaringen in het jeugdwerk als maatstaf.

Niet iedereen staat dus open voor een nieuwe invulling van jeugdhuiswerk. En dat is vreemd. Net zoals bij andere jeugdhuizen zijn ook dit jongeren die het jeugdhuis zien als een tweede thuis. Ze nemen initiatief om iets te doen voor de jongeren in hun buurt. Als die jongeren in de buurt geen alcohol drinken, dan volstaat een drankautomaat. Als jongeren in de buurt zich niet thuis voelen in de lokale sportclub of dit niet kunnen betalen, dan kunnen ze met het jeugdhuis gaan voetballen. Als er frustratie is bij jongeren over discriminatie en racisme, dan kan het jeugdhuis hier een verbindende rol opnemen door het organiseren van dialoog- en debatavonden. Enzovoort.

Die nieuwe vormen van jeugdhuiswerk hebben de kracht om jongeren volwaardig deel te maken van de samenleving. Jongeren die elders vaak gediscrimineerd worden, vinden er eigenwaarde en ontwikkelen er een positieve identiteit.

Alle vormen van jeugdwerk zijn gelijkwaardig. Als je wil dat àlle kinderen en jongeren een bruikbaar aanbod vinden in de vrije tijd en je wil hen de vrije keuze laten, dan leidt dit tot zeer diverse vrijetijdsparticipatie. Meer nog, een echte én-én-benadering betekent dat kinderen en jongeren aan verschillende vormen van jeugdwerk tegelijk kunnen deelnemen.

Het jeugdwerk van de toekomst versterkt àlle kinderen en jongeren, en is een plaats van ontmoeting over sociaaleconomische en culturele verschillen heen. Meer jeugdwerk biedt meer kansen aan alle kinderen en jongeren. Daar is meer budget, meer ruimte en meer tijd voor ondersteuning voor nodig.

Wat vragen we?

  • Stimuleer, ondersteun en daag de jeugdwerksector uit, zodat nieuwe jeugdwerkinitiatieven kunnen ontstaan bovenop het huidige aanbod, en lacunes in het huidige jeugdwerklandschap worden weggewerkt. Dat kan bijvoorbeeld door te investeren in maatregelen die de sociale cohesie bevorderen. Zo werd in het decreet bovenlokaal jeugdwerk ‘sociale cohesie’ als een nieuwe prioriteit voor de jeugdhuizen opgenomen. We ijveren voor meer middelen in dit decreet. Het is immers de enige hefboom die Vlaanderen nog heeft om (boven)lokaal jeugdwerk te ondersteunen en kansen te geven aan nieuwe en meer diverse vormen van jeugdwerk.
  • Blijf voor het jeugdbeleid inzetten op diversiteit in het jeugdwerk. Geef dit beleid vorm, samen met de jeugdsector, en baseer het op de visienota ‘Diversiteit in/en het jeugdwerk’(*3). Zorg er bijvoorbeeld voor dat verschillende vormen van jeugdwerk een eigen rol en gelijkwaardige plaats krijgen, met een navenante erkenning en een billijke ondersteuning als gevolg. Dat veronderstelt o.a. een budget dat de groei in de jeugdsector stimuleert, zodat organisaties niet tegen elkaar worden opgezet.
  • Het beleidsdiscours moet stigmatisering en culturalisering tegengaan. Pak daarom armoede, sociale uitsluiting, discriminatie en racisme aan.

(* 3 https://ambrassade.be/nl/kennis/artikel/visienota-... )

3.2 Bestrijd racisme en discriminatie

Waarover gaat het?

Zoals het Platform 2103 aangeeft, staan we op een belangrijk kantelpunt. Het racistisch en populistisch gedachtegoed krijgt in Europa en ook in ons land steeds meer invloed. Formaat en de jeugdhuissector staan daar niet achter. Wij kiezen voor een warme samenleving gebaseerd op solidariteit, mensenrechten en een menswaardig leven voor iedereen, ongeacht of men lang of kort in ons land verblijft, ongeacht iemands naam of origine, ongeacht de dikte van de portemonnee. Een sociaal België is een België zonder racisme, een sociaal Europa is een Europa zonder racisme.

Wat vragen we?

  • Zorg voor een warme en kwaliteitsvolle vluchtelingenopvang die de mensenrechten respecteert, geen gesloten centra. We komen op voor integratie, regularisatie op basis van criteria en gelijke sociale behandeling van nieuwkomers en mensen zonder papieren. Stop repressie tegen solidaire burgers en bewegingen. Werk niet aan migratiestopdeals met andere landen.
  • Onze grondwet garandeert de vrijheid van levensbeschouwingen. Discriminatie omwille van levensbeschouwelijke tekens zijn verboden door de wet. Wij verwerpen de verboden op levensbeschouwelijke tekens die de gelijke toegang verhinderen van vrouwen én mannen tot de werkvloer, het onderwijs en zelfs tot openbare plaatsen.
  • Meerdere artikels van de nieuwe vreemdelingenwet zijn onze rechtstaat onwaardig. Zo kunnen mensen op basis van artikel 21 van deze wet nu op basis van vermoedens (dus zonder bewezen schuld, zonder proces) het land worden uitgezet. Schaf deze ongelijke behandeling van burgers af.
  • De politie is er om iedereen te beschermen. Een politie die discrimineert verzaakt aan deze plicht. Er dient proactief en sanctionerend opgetreden te worden tegen etnische profilering.
  • Het koloniale verleden van Europa heeft nog steeds een negatieve invloed op onze beeldvorming, ons denken, de politiek en gelijke kansen in het onderwijs. Dit moet gekeerd worden. De dekolonisering is begonnen en moet doorgetrokken worden in musea, leerplannen, schoolboeken, bibliotheken, straten en pleinen, media …

4. GEEF JONGEREN TOEGANG TOT KWALITEITSVOL WERK

data/upload/assets/5IGjobs.jpg

Voor jongeren (tot 25 jaar) is een duurzame job vinden niet evident. De VDAB telde in 2018 gemiddeld 38 309 jonge werklozen in Vlaanderen, dit is 14,1 % van de jongeren. Provincie Antwerpen was de koploper: 16,2 % van de jongeren was werkloos, tegenover West-Vlaanderen, waar “slechts” 11,3 % van de jongeren werkloos was.

Jongeren voelen zich onzeker in hun zoektocht naar werk. Ze voelen zich onvoldoende begeleid, ze zijn onvoldoende geïnformeerd over hun rechten en plichten op de arbeidsmarkt en vinden geen gepaste ondersteuning tijdens hun eerste job. De school besteedt weinig aandacht aan de werking van de arbeidsmarkt en weinig jongeren komen in contact met de praktijk van de werkvloer. Daarnaast botsen jongeren bij hun zoektocht op een gebrek aan ervaring en de sterke focus op diploma’s.

4.1 Aangepast en kwalitatief onderwijs

Waarover gaat het?

Jongeren meer zelfvertrouwen en ondersteuning geven in hun zoektocht naar werk, begint al in het onderwijs. Om hen een kwalitatieve levensloopbaan te garanderen, moeten daar een aantal zaken worden veranderd.

Wat vragen we?

  • Onderwijs maakt werk van een masterplan steden opdat het sociaal-economische profiel van jongeren niet langer in hoofdzaak bepaalt of je succesvol kan zijn in ons onderwijs. Dat houdt een aantal zaken in:
  • Huiswerk wordt afgeschaft. Heel wat onderzoek toont aan dat huiswerk geen meerwaarde heeft en dat de kwaliteit van het huiswerk vaak meer zegt over de hulp en ondersteuning die men thuis kan bieden.
  • Meertaligheid wordt als een troef gezien.
  • Er komt extra ondersteuning om te leren lezen en de taalvaardigheid te verhogen. Dat kan bijvoorbeeld door logopedie op school te voorzien.
  • Hervorm het secundair echt en en laat jongeren later kiezen. Zet ‘zelfininzicht’ (passies, talenten …), ‘reflectie’ en ‘keuzes kunnen maken’ voorop als prioritair te behalen competenties en biedt jongeren meer tools aan om een goede keuze te maken.
  • Studierichtingen die gedurende een periode van meer dan drie jaar een aanzienlijk aantal jongeren toeleiden naar de structurele jeugdwerkloosheid worden hervormd of afgeschaft.
  • Kies voor brede leer- en leefomgevingen waarin onderwijs, jeugdwerk, cultuur, welzijn … samen inzetten op een integraal welbevinden en kwalitatieve levensloopbaan voor alle jongeren. Voorzie hiertoe middelen die netwerkvorming en samenwerking overheen de beleidsdomeinen stimuleren en kwalitatief mogelijk maken.
  • Zet in op scholen waar het welbevinden van de jongeren centraal staat. Dit kan niet zonder sterke lerarenteams, met leerkachten die samenwerken aan één pedagogisch project, die zich voldoende ondersteund voelen en die inzicht hebben in de achtegrond van hun leerlingen.
  • Zet in op een integrale begeleiding van leerlingen die actief oog heeft voor alle levensdomeinen van de leerlingen. Studeren in armoede is immers studeren met zeer veel tegenwind. Scholen moeten een armoedeplan hebben. Ze moeten de expertise en de middelen hebben om hierin de juist ondersteuning te kunnen bieden.

4.2 Een kwalitatief tewerkstellingsbeleid

Waarover gaat het?

Een kwalitatief tewerkstellingsbeleid houdt rekening met verschillende doelgroepen. Denk aan min 18-jarigen, vrouwen, NEET-jongeren, enzovoort.

Wat vragen we?

  • Een goed tewerkstellingsbeleid voor jongeren werkt preventief en ondersteunt ook acties voor min 18-jarigen , dit met een focus op talentverkenning.
    • VDAB zet in samenwerking met partners vrijblijvende trajecten op om jongeren (die niet over een sterk netwerk beschikken) aan een vakantiejob te helpen. Op die manier komen de jongeren op een positieve manier in contact met de VDAB.
    • VDAB, sectororganisaties en onderwijs maken werk van talentenateliers waarin jongeren (secundair onderwijs) diverse beroepen kunnen proeven en op basis van ervaring een keuze kunnen maken.
    • Zet in de laatste graad van richtingen die uitgaan van directe doorstroom naar de arbeidsmarkt jongerenbegeleiders in die jongeren actief mee voorbereiden op de stap naar werk of een eventuele vervolgopleiding. Dit zal de schooluitval aan het eind van het schooltraject doen dalen en de doorstroom naar een volgende stap in de levensloopbaan ten goede komen.
  • Het Vlaamse tewerkstellingsbeleid moet meer oog hebben voor vrouwen. Heel wat kortgeschoolde vrouwen worden toegeleid naar jobs in bijvoorbeeld de schoonmaak. Die jobs bieden hen geen langetermijnperspectief, zijn niet afgestemd op hun talenten en passies … Er dient een workforce vrouwen te worden opgericht die ambitieuze trajecten uitzet in de zorg, onderwijs, industrie en andere minder voor de hand liggende sectoren. De VDAB opleidingscentra moeten voorzien in een diverser aanbod dat een stevige springplank biedt voor vrouwen op de arbeidsmarkt. Volgende maatregelen kunnen al helpen:
    • Flexibele kinderopvang voor werkzoekenden voorzien.
    • Begeleiders vanuit de jeugdsector die zich specifiek richten op vrouwen (NEET) die de VDAB niet bereikt.
  • Een gerichte aanpak voor NEET-jongeren in samenwerking met de jeugdsctor:
    • Zet een netwerk van werkinfopunten (concept van JES) op.
    • Zet in op vindplaatsgerichte jeugdbegeleiders die jongeren vanuit een vertrouwensband op maat begeleiden. In dit traject staan de jongere en zijn noden en talenten centraal.
    • VDAB zet een team van jongerenconsulenten op die in tandem samenwerken met de vindplaatsgerichte jeugdbegeleiders en zo samen het VDAB aanbod ontsluiten op maat van jongeren. Het doel is de jongeren te begeleiden naar een duurzame job die aansluit op hun talenten.
    • NEET-jongeren moeten terechtkunnen bij vrijwillige mentoren die hen ondersteunen in hun zoektocht naar werk en vooral een sterk sociaal economisch netwerk aanbieden.
    • Zet in op aantrekkelijke trajecten die werken en leren combineren en actief inzetten op competentieverhoging van de jongeren. Bijvoorbeeld de combinatie van assistent in het jeugdwerk en opleiding tot leerkracht.
  • In alle acties (begeleiding en opleiding) met min 25-jarigen wordt niet de kortste weg naar werk gekozen, maar wel de kortste weg naar een duurzame job die afgestemd is op het talentenpotentieel van de werkzoekende. Heel wat jongeren worden de dupe van ons onderwijssysteem dat te weinig rekening kan houden met de sociaaleconomische achtergrond van leerlingen (cfr. stijgend aantal gezinnen in armoede). De hoge schooluitval in steden is hiervan onder andere het gevolg. Dit zegt echter niets over het potentieel van deze jongeren. Door dit mechanisme belanden heel wat jongeren bij een job die hen niet uitdaagt, met een drop-out als gevolg. We pleiten voor trajecten waarbij jongeren de kans krijgen om alsnog een degelijke opleiding te volgen opdat ze toch kunnen instromen in een job die hun talenten benut.
  • De VDAB maakt opnieuw werk van een doelgroepenbeleid en zet zo de schaarse middelen veel gerichter in op een doelgroep van werkzoekenden die nood hebben aan bijkomende ondersteuning: NEET-jongeren, kortgeschoolde jongeren, OKAN-jongeren … Samen met partners wordt er werk gemaakt van begeleiding op maat en innovatieve trajecten opdat we deze doelgroep op een duurzame en welzijnsverhogende manier kunnen inschakelen op de arbeidsmarkt.
  • De Vlaamse en federale overheidsdiensten zijn een voorbeeld inzake diversiteit. De administraties zijn inzake diversitieit een afspiegeling van de Vlaamse en Belgische samenleving. Hun selectiebeleid is een voorbeeld voor andere bedrijven. Ze voeren een progressief hoofddoekenbeleid. Ze voeren een actief beleid om een brede groep jongeren werkervaring te bieden: studentenjobs, instapjobs, duurzame jobs …

4.3 Semi-agoraal statuut

Waarover gaat het?

Wie in zijn vrije tijd tegen betaling bijklust, mag tot 6.000 euro per kalenderjaar (jaarlijks geïndexeerd bedrag) bijverdienen zonder op dat bedrag belastingen of sociale bijdragen te betalen.

Het moet dan wel gaan over verenigingswerk, diensten van burger aan burger of activiteiten in de deeleconomie. De inkomsten uit verenigingswerk en uit diensten aan burgers mogen samen niet meer dan 500 euro per maand (jaarlijks geïndexeerd bedrag) bedragen.

Wat vragen we?

  • De afbakening van het semi-agorale statuut (verenigingswerk) moet duidelijk blijven. Dit statuut mag niet worden opengesteld voor de kernengagementen binnen het jeugdwerk (leiders, animatoren, groepsleiders in de jeugdbeweging of op het speelplein …). Het mag in geen geval vrijwilligerswerk of vrijwillige engagementen vervangen. Daarnaast mag het ook geen volwaardige jobs vervangen.

5. ONDERNEMERSCHAP IS EEN OPTIE VOOR IEDEREEN

data/upload/assets/9IGhaven.jpg

Heel wat jongeren zijn aan het ondernemen door vanuit hun interesse en passie projecten op te starten. Sommige jongeren vinden hun weg naar initiatieven die startende ondernemers ondersteunen. Toch blijft de keuze om ondernemer te worden een te grote of onbekende stap bij de beroepskeuze. Jongeren ervaren de wetgeving, regelgeving, administratie en boekhouding als de grootste drempels om te ondernemen. Daardoor wordt de ondernemersdroom van jongeren niet ontwikkeld en worden waardevolle ideeën niet gerealiseerd. Financiële en zakelijke ondersteuning van jongeren is daarom essentieel.

Waarover gaat het?

Jongeren hebben nood aan een doorgedreven ondersteuning bij de opstart van een klein bedrijf of bij de stap naar zelfstandigheid. Het ondernemersklimaat mag dan wel een positiever imago hebben gekregen, de structuur heeft nog steeds hoge drempels: hoge sociale bijdragen, belastingen, onduidelijkheden over het statuut van zelfstandige …

Zeker jongeren die niet uit een ondernemersfamilie komen ervaren een grote achterstand. Geen boekhouder of ondernemer in de familie? Waar moet je dan terecht met vragen? Een lokale coach die op maat werkt, zorgt als klankbord en adviseur voor een positief ondernemerskliaat voor jongeren.

Haven Incubator CVBA-SO is de activiteitencoöperatie die werd opgestart op initiatief van Formaat. Deze coöperatie hielp op twee jaar tijd 50 jongeren tijdens hun eerste stappen in het ondernemerschap. Daarnaast bouwde Haven een samenwerking uit met 20 jeugdwerkpartners in Vlaanderen. Omdat er nog steeds jongeren zijn die de toegang tot ondernemen moeilijk vinden, blijven we inzetten op het bijbrengen van ondernemerschapscompetenties en blijven we impulsen geven rond ondernemerschap.

Wat vragen we?

  • Verhoog het budget van Haven. Op twee jaar tijd werden concrete, waardevolle resultaten geboekt. Een groei van het budget is nodig omdat er een groot potentieel is aan instroom van jonge ondernemers.
  • Zorg voor financiële en zakelijke ondersteuning van jongeren zodat ze gewapend zijn om de juiste beslissingen te nemen voor hun onderneming. Er is nood aan administratieve vereenvoudiging.
    • Voer geen sollicitatieplicht in tijdens een springplank naar een zelfstandigentraject, in samenwerking met een ‘maak werk van je zaak’ traject.
    • Ken de vrijstelling van sociale zekerheid onder het wettelijke minimum gemakkelijker toe aan starters.
  • Jeugdhuizen die via Vlaamse middelen een bovenlokaal project ondernemerschap hebben, zijn de ideale experimenteerruimte waar jongeren kunnen proeven van ondernemerschap. Blijf de middelen in het decreet ‘bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen’ uitbreiden. (Zie boven.)

6 LUISTER NAAR ALLE JONGEREN EN BETREK HEN BIJ DE OPMAAK, PLANNING EN IMPLEMENTATIE VAN HET BELEID

data/upload/assets/6IGluisteren_naar_jongeren.jpg

Jeugdwerk kan kinderen, jongeren en hun organisaties de motor laten zijn van maatschappelijke verandering door actief de stem van kinderen en jongeren te versterken, door depolariserende ontmoeting tussen vele jongeren te organiseren, door dialoog tussen jongeren en beleidsmakers op te zetten. Het is belangrijk dat jeugdwerk terug haar maatschappelijk politiserende rol expliciet durft opnemen en actief ruimte geeft aan alle verschillende meningen om zo dingen in beweging te zetten. Het is belangrijk dat beleidsmakers participatie van kinderen en jongeren als grondhouding naar voor schuiven op alle beleidsniveaus.

6.1 Plaats inspraak en participatie van alle kinderen en jongeren hoog op de politieke agenda

Waarover gaat het?

Kinderen en jongeren hebben, net als iedereen, hun eigen kijk op de omgeving en op de wereld. Ze zijn competente burgers die het recht hebben om effectief mee vorm te geven aan de wereld. Kinderen en jongeren zijn ‘ervaringsdeskundigen in het jong zijn’. De maatschappij moet die ervaringsdeskundigheid als dusdanig erkennen én gebruiken. Participeren aan de samenleving is immers een fundamenteel recht van iedereen. Het is dan ook cruciaal dat beleidsmakers kinderen en jongeren – maar ook jeugdwerkorganisaties – op alle niveaus betrekken bij het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van hun beleid.

Wat vragen we?
  • Blijf de Vlaamse Jeugdraad erkennen als de officiële adviesraad voor de Vlaamse Regering over alle domeinen die kinderen, jongeren en hun organisaties in Vlaanderen aanbelangen. Zet dit ook in de praktijk door het Vlaamse jeugdbeleid en het Vlaamse beleid met impact op kinderen, jongeren en hun organisaties steeds af te toetsen en op te bouwen met de Vlaamse Jeugdraad.
  • Zorg voor een decretale vastlegging van het participatieproces dat een gemeente moet lopen bij de opmaak, evaluatie, uitvoering en bijsturing van het strategisch meerjarenplan, zodat inspraak en betrokkenheid van kinderen en jongeren, het lokale jeugdwerk, de gemeentelijke jeugdraad, en experten met betrekking tot jeugd wordt gegarandeerd.
  • Waarborg een blijvende decretale verplichting voor het inrichten van gemeentelijke jeugdraden , en om de jeugdraad officieel om advies te vragen over alle aangelegenheden die betrekking hebben op het jeugdbeleid, inclusief de verplichting voor gemeenten om de jeugdraad kwaliteitsvol te ondersteunen. Stimuleer gemeenten om de jeugdraad als motor van lokale participatie te laten innoveren en experimenteren met nieuwe vormen van participatie.

7. ZORG VOOR VOLDOENDE ONDERSTEUNING VAN JONGE EVENEMENTORGANISATOREN GELINKT AAN HET JEUGDWERK

data/upload/assets/7IGeventorganisatie.jpg

Waarover gaat het?

In Vlaanderen worden er veel muziekevenementen (fuiven, concerten, festivals...) georganiseerd voor en door jongeren. Veel van deze jonge organisatoren zijn jeugdverenigingen. Door het organiseren van deze evenementen zorgen ze voor een zinvolle en verrijkende vrijetijdsbesteding en cultuurbeleving voor jongeren in een vertrouwde omgeving. Naast dat deze organisatoren jongeren de tijd van hun leven bezorgen, zorgen ze ook dat hun vrijwilligers sterker worden, dat ze verantwoordelijkheden leren en dat de jeugdwerking sterker wordt. Er komt dan ook enorm veel kijken bij de organisatie van een muziekevenement en het is niet altijd even makkelijk voor een jonge organisator om het bos door de bomen te zien.

Enkele jeugdorganisaties verenigden zich de voorbije jaren in het samenwerkingsverband Fuifpunt, getrokken door de Ambrassade, met de bijhorende informatiewebsite om deze organisatoren te ondersteunen. De middelen werden echter afgeslankt, waardoor de ondersteuning die organisatoren nodig hebben niet meer kon worden geboden. Alle partners besloten dan ook om fuifpunt volledig nieuw leven in te blazen en dit onder te brengen bij Formaat zodat er terug één duidelijk informatiepunt bestaat waarnaar iedereen kan doorverwijzen. Formaat kreeg hiervoor in de beleidsnota 2018-21 middelen, maar wel minder dan aanvankelijk gevraagd. Formaat onderzocht in 2018 de noden en behoeftes bij organisatoren en eerstelijnswerkers en bracht dit in kaart om de speerpunten van de nieuwe doelstelling te bepalen. Op 7 mei 2019 wordt er dan ook een gloednieuwe informatiewebsite, ikorganiseer.be, gelanceerd. Via deze weg zullen jonge organisatoren en eerstelijnswerkers worden ondersteund door het aanreiken van informatie en inspiratie. Het is ook de bedoeling om lokale beleidsmakers te adviseren en inspireren inzake hun evenementenbeleid.

Wat vragen we?

  • Blijf investeren in ikorganiseer.be. Deze website is een product van Formaat en vervangt fuifpunt.be van De Ambrassade. Ikorganiseer. be is het Vlaams aanspreekpunt en informatieaanbod op maat voor jonge organisatoren van muziekevenementen.
  • Sta bij de goedkeuring van wetten en decreten stil bij de impact op de lokale regelgeving. Dit kan o.a. door de lokale besturen te informeren aan de hand van omzendbrieven. Op deze manier kan overbodige lokale reglementering en willekeur worden tegengegaan. Een charter voor een goed lokaal evenementenbeleid is een must.
  • Maak een Vlaamse leidraad voor ideale infrastructuur voor evenementen , om het gebrek aan bouwtechnische kennis rond concert- en fuifzalen op te vangen.
  • Ga de huidige willekeur op vlak van brandveiligheid tegen door een uniform, transparant, flexibel en haalbaar kader voor evenementen op te maken op bovenlokaal niveau.
  • Maak jeugdorganisaties niet de dupe van hoge boetes door FOD Volksgezondheid tijdens evenementen. Die boetes kunnen veroorzaakt worden door bezoekers (roken, alcoholwetgeving, drank doorgeven, enz.). Maak van boetes de uitzondering en kies bijvoorbeeld voor alternatieve sancties, zoals vorming en sensibilisering. Als er toch boetes worden gegeven, laat de opbrengst dan naar een (nog op te richten) fonds gaan dat kan worden gebruikt voor de sensibilisering van jongeren.

8. MAAK WERK VAN ADMINISTRATIEVE VEREENVOUDIGING EN BEPERK REGULITIS

data/upload/assets/8IGBadministratiepaperload.jpg

Jeugdwerk moet zich ten volle kunnen bezighouden met de kern van haar opdracht: kinderen en jongeren versterken en verbinden. Jeugdwerkers en jongeren worden echter geconfronteerd met heel wat drempels, regels en administratieve verplichtingen die hen afleiden van hun kerntaken. Dat is niet alleen nefast voor de inhoudelijke werking van jeugdwerkorganisaties, maar legt ook een grote druk op het vrijwillig engagement van kinderen en jongeren.

8.1 Tegen GAS

Waarover gaat het?

Gemeentes gebruiken de GAS, de gemeentelijke administratieve sanctie, om overlast op een gemakkelijke manier te bestrijden. Jongeren moeten echter jong kunnen zijn. Dit betekent dat ze ruimte moeten krijgen om te experimenteren. Die ruimte komt meer en meer onder druk te staan. Overlast is bovendien een subjectief gegeven. Nu is het vooral de oudere generatie die bepaalt wat overlast is. Jongeren worden zelden gehoord in het veiligheidsdebat en worden louter als dader bestempeld, als veroorzaker van overlast. Daarnaast begrijpen jongeren niet altijd wat mag en niet mag. Er is immers een toenemend aantal regels. En die regels verschillen dan nog eens van gemeente tot gemeente. Bovendien zijn er veel betere alternatieven om mensen te laten samenleven dan het opstellen van een eindeloos politiereglement.

We illustreren met het verhaal van één van onze aangesloten jeugdhuizen:

Jeugduis ‘Anoniem’ had meerdere negatieve ervaringen met GAS-boetes. Zij kregen al voor meer dan 500 euro aan boetes. Die kregen ze ofwel omdat jongeren op straat voor ‘overlast’ zorgden, ofwel omdat de muziek in het jeugdhuis zogezegd te luid stond.

In het eerste geval is het echter quasi onmogelijk om te bepalen of die jongeren van het jeugdhuis komen én om te bepalen of jongeren die met het goeie weer buiten zitten nu echt ‘overlast’ zijn. In het tweede geval merkt het jeugdhuis op dat ze al heel wat maatregelen namen: extra isolatie, een geluidsmeter die permanent meet, een vrijwilliger die tijdens alle evenementen buiten staat om mensen aan te manen naar binnen te gaan … Het kan nooit de bedoeling zijn dat er pestboetes worden uitgeschreven zonder objectieve vaststelling van geluidsoverlast en zonder rekening te houden met maatregelen die in het verleden al werden genomen om overlast tegen te gaan.

Wat vragen we?

Schaf de GAS-regelgeving af, zeker voor minderjarigen. Normaal jongerengedrag mag niet worden bestraft en dat is nu wel het geval. Het is aan zowel gemeenteraadsleden als nationale politici om het GAS-reglement in vraag te stellen en grondig te evalueren.

8.2 Nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen

Waarover gaat het?

Op 28 februari 2019 werd het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd door de plenaire vergadering van de kamer. Deze hervorming brengt belangrijke wijzigingen met zich mee voor vzw’s. De impact voor verenigingen situeert zich niet enkel binnen het kader van de hervorming. De hervorming heeft immers ook effect op en interageert met onder andere fiscaliteit, vrijwilligerswerk en subsidiebeleid.

Wat vragen we?

Evalueer de impact van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en verenigingen op kleine vzw’s. Sta kleine vzw’s zo goed mogelijk bij in de wijzigingen die deze hervorming voor hen meebrengt. Zorg bijvoorbeeld voor een gecoördineerde tekst die de relevante wetsartikels voor vzw’s samenbrengt.

8.3 Gemengde btw-plicht voor jeugdhuizen met meer dan 80.00 euro omzet uit drankverkoop

Waarover gaat het?

Sinds de invoering van de btw-wet (1971) zijn jeugdhuizen vrijgesteld van btw. Artikel 44§2,2° van dat btw-wetboek zegt dat vrijgesteld zijn van btw-plicht: “de levering van goederen en diensten die inherent zijn aan het maatschappelijk werk ( …) met name de instellingen die in hoofdzaak het toezicht over jongelui en de zorg voor onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding tot doel hebben”. Dat wil zeggen dat jeugdhuizen geen btw moesten aanrekenen op de verkoop van goederen en diensten, maar ook geen btw konden terugvorderen op aankopen. De regeling zorgde voor boekhoudkundige en administratieve eenvoud. Dat is belangrijk want jeugdhuizen zijn vrijwilligersorganisaties.

De regeling, die nochtans goed werkte, veranderde echter. Vanaf 1 januari 2016 werden jeugdhuizen die maaltijden verkopen of waarvan de omzet van de ‘drankgelegenheid’ hoger is dan 80.000 euro gemengd btw-plichtig.

Gevolgen voor de jeugdhuizen zijn navenant: in een btw-plichtig jeugdhuis moet je elke dag dat je werking hebt eerst minstens 75 euro betalen aan de staat en je boekhouder. Voor sommige jeugdhuizen ligt dat bedrag nog hoger. Om correct te zijn, moet je zelfs stellen dat dit betaald moet worden door de jongeren die er komen.

Wat vragen we?

  • Schaf de huidige interpretatie van de btw-wet af. Bekrachtig en erken het jeugdhuiswerk als vrijgesteld van btw-plicht. Wij gaan niet akkoord met het onderscheid tussen het jeugdhuis en de ‘drankgelegenheid’. We vragen ons bovendien af of – en waarom – jeugdhuizen een prioriteit zouden moeten zijn bij btw- en belastingscontroles.