“We delen het geloof in de verbeelding” (Een gesprek tussen Reinout Dewulf (Alpaka 9000) en Philippe Van Cauteren (S.M.A.K.))

Het was 11 maart 2018 toen Alpaka 9000, het kunstenaarscollectief rond Reinout Dewulf, zonder toestemming de lockers van het Gentse museum S.M.A.K. opeiste. Een guerrilla-expo. “Met S.M.A.K.H.A.C.K claimen wij, jonge kunstenaars, een plek in het Gentse Stedelijk Museum voor Actuele Kunst”, aldus één van de brieven gericht aan museumdirecteur Philippe Van Cauteren.

Alpaka 9000 is een project van Minus One, een jongerencultuurcentrum in de Gentse Rabotwijk. Alpaka staat voor Allegaar van Ludieke Publieke Artistieke & Kritische Acties. De groep wil het Gentse straatbeeld bombarderen met artistieke en kritische acties.

Met meer dan vijftig waren ze, de kunstenaars die de lockers in het museum als voetstuk voor hun werk gebruikten. Een vreedzaam protest dat Philippe Van Cauteren – al meer dan meer dan vijftien jaar artistiek directeur – niet uit de weg ging. In plaats van de politie te bellen, de actievoerders buiten te gooien en het werk op straat te zetten liet hij de werken van de jonge kunstenaars mee bewaren in het archief van het museum en ging hij de dialoog aan. We spraken met de heren af in de bar van het museum, in de hoop de draad weer op te pikken.

Wanneer we aankomen is Reinout Dewulf ons al aan het opwachten. Als we hem ernaar vragen vertelt hij bescheiden over de projecten die er met Alpaka 9000 aankomen. Ze gaan een favela bouwen op het Copacobana festival, vertelt hij op het moment dat Philippe Van Cauteren komt aangelopen. Die lijkt verrast om Reinout Dewulf te zien: “Ah, hier zeg, wij kennen elkaar! Dat is lang geleden. Waarom hebben we ons gesprek vorig jaar niet verdergezet?”Ja,” zegt Reinout, “dat is er inderdaad niet meer van gekomen. Hoe is het hier?” De directeur is enthousiast: “Goed! We hebben een feestweekend hier.”

S.M.A.K. viert dit jaar haar twintigste verjaardag met onder andere de veelbesproken tentoonstelling Highlights for a Future. We ontmoeten elkaar op de vooravond van Happening, een tweedaagse viering waar onder andere kunstenaars, muzikanten, dansers en schrijvers worden uitgenodigd voor performances, workshops en concerten. We vertellen Philippe Van Cauteren dat we een magazine over ‘kunst en creativiteit’ aan het samenstellen zijn.

data/upload/assets/Blind_Date_628x1.jpg

Philippe: “Kunst en creativiteit hebben niet noodzakelijk iets met elkaar te maken. Dat is een misverstand. Ik ben ongelooflijk creatief, denk ik. Ik vind veel oplossingen op een creatieve manier, maar ben geen kunstenaar. En niet alle kunstenaars zijn creatief. Two Pipes, het werk van Peter Downsbrough dat hier voor het gebouw staat, is een kunstwerk maar er komt geen greintje creativiteit bij kijken.”

Formaat: “Dus, creativiteit is geen voorwaarde voor kunst?”

Philippe: “Er bestaan veel misverstanden rond. Net zoals kunst nog steeds gekoppeld wordt aan ambacht. Lucian Freud, Michael Borremans … Dat zijn technisch geschoolde mensen, ze hebben een metier. Maar dat is geen voorwaarde om iets tot kunst te kunnen benoemen. Er is een enorm palet van mogelijkheden waaruit kunstenaars kunnen plukken om tot een kunstwerk te komen. Als museumdirecteur vind ik het belangrijk om aan te geven dat we in een wereld leven waar er meerdere opties zijn. Veel te veel dingen worden benoemd. Alles krijgt een categorie. In alle domeinen. Wetenschap, kunst, politiek … “

Formaat: “Ja, zo heb je die vraag: ‘wat is kunst?’”

Philippe: “En dat is de minst interessante vraag om te beantwoorden. Daar gaat dat niet over. Toen de actie van Reinout hier een jaar geleden plaatsvond, en onze lockers vol werken stonden, ben ik niet beginnen beoordelen wat dan wel of geen kunst was. Ik kijk er liever met een open blik naar. Kritisch, maar open. Ik had ook meteen iedereen buiten kunnen sturen toen ik aankwam. Maar dat is niet interessant. Je moet niet vanuit een hiërarchie te denken. Autoriteit maakt blind. Je moet ontdekken wat je nog niet kent.”

Formaat: “Maar kunst, dat is wat mensen verwachten in een museum, niet?”

Philippe: “Mensen verwachten hetgeen te zien dat ze al kennen. Ze gaan graag naar het Van Gogh museum, omdat het werk daar al gecodeerd is als kunst. We hadden het onszelf makkelijk kunnen maken met de tentoonstelling die we organiseren rond ons twintig jaar bestaan: een best of uit de collectie, ‘van Warhol tot Tuymans’. De opkomst zou enorm zijn. Maar dat is niet onze rol. We willen ook andere kanten laten zien. En museum is geen plek voor entertainment. Je mag je hier amuseren, maar het is ook een laboratorium en een plek om dingen te ontdekken die nog niet beantwoorden aan je smaak. We hebben de opdracht om het idee van kunst elastischer en beweeglijker te maken.”

Reinout: “Daar kan ik me in vinden. Mensen mogen uitgedaagd worden.”

Formaat:Hoe verhouden jullie je ten opzichte van een museum, Reinout?”

Reinout: “Een museum is een boeiende plek, maar vaak te statisch voor mij. De manier waarop kunst wordt getoond; ik mis vaak een menselijke interactie en een soort tijdspanne. Het lijkt er enkel te zijn om naar te kijken en erover te reflecteren. Ik vind het fijner als er een dynamiek teweeg wordt gebracht tussen mensen. Dat het deel wordt van iets groter. Ik ga niet snel heel geëmotioneerd zijn door iets dat statisch aan een muur hangt.”

“Met Alpaka willen we jongeren ondersteunen in hun zoektocht naar zelfexpressie en hen helpen om dat aan de buitenwereld te tonen. Daarnaast stimuleren we hen om met een kritische blik te kijken naar wat er om hen heen gebeurt. En we willen hen daar een stem en platform voor geven. Zoals bijvoorbeeld de actie die we hier deden in het S.M.A.K. We proberen te voelen wat er leeft bij jongeren en een plaats te creëren waar ze nood aan hebben.”

data/upload/assets/Blind_Date_628x2.jpg

Philippe: “Soms benijd ik mensen als Reinout, die op een plek met een zorgeloze beweeglijkheid werken. Het is als een klein bootje dat je heel snel kan manipuleren en in verschillende richtingen kan laten varen.”

Reinout: “Ja, ik kan me voorstellen dat dat in een museum als het S.M.A.K. veel logger is.”

Philippe: “Het woord log zou ik niet gebruiken. Maar een museum is, ook door de kunstgeschiedenis die aan een boot als de onze kleeft, veel trager in beweeglijkheid. Er is een andere en complexere verantwoordelijkheid. Ik kan geen werk van Francis Bacon aan een boom in het citadelpark tentoonstellen. We hebben de belangrijkste en grootste internationale collectie van hedendaagse kunst in België. Daar heb je een gigantische verantwoordelijkheid naartoe wat betreft zorg, restauratie, conservatie enzoverder. Naast het tentoonstellen is ook dat een kerntaak. We proberen daar zo informeel mogelijk in te zijn. Een voorbeeld: honden zijn hier welkom. Daar zeg je iets mee. Sommige mensen spreken over het S.M.A.K. als een volksmuseum. Daar ben ik blij om.”

Reinout: “Vaak is het woord ‘kunst’ al een drempel voor onze jongeren. Ik probeer de projecten die ik doe vaak niet de benoemen als artistiek of met ‘kunst’. Dat vormt een barrière. Voor mij draait het meer om verbeelding.”

Philippe: “Kunst is het meest misbruikte woord dat er is. Ik volg volledig wat je zegt, de verbeelding is belangrijk, die moet gestuwd worden. Het woord ‘kunst’ is te duur geworden.”

Reinout: “Ik denk dat het ook overschaduwd wordt door de financiële context. Mensen associëren kunst met iets dat op een veiling voor veel geld verkocht wordt. Het systeem errond, waarbij mensen plots ontzettend veel geld betalen voor een kunstwerk, zit niet juist.”

Philippe: “Dat is te wijten aan de media. Ze berichten alleen als een kunstenaar voor zoveel geld iets verkoopt. Ze focussen op de financiële successen. In het museum hangen we een werk van 500 euro naast een werk dat 25 miljoen waard is.”

Reinout: “Hoe bepaal je wat er in het museum wordt getoond?”

Philippe:We hebben geen regels. De kern van de zaak is de geschiedenis van het huis en de collectie. Er zijn bepaalde lijnen uitgezet in het verleden. We proberen daar, met kunstenaars van vandaag, een aansluiting mee te vinden. Er zijn kunstenaars waar ik grote fan van ben, maar die hier niet passen.”

Reinout: “Het lijkt mij moeilijk om zo’n selectie te maken. Ik heb het gevoel dat het niet aan mij is om te beslissen of iets goed is of niet. In die zin is het altijd een open call bij ons. Iedereen die wil mag mee komen doen.”

Philippe: “Dat is ook een keuze, niet kiezen. We proberen ons met onze selectie te verankeren in de wereld waar we vandaag deel van uitmaken. We willen een plek zijn van tolerantie. En van twijfel. Een instrument tegen onverschilligheid. Een breed publiek bedienen is niet de rol van het museum. Het is wel de rol om ervoor te zorgen dat de deuren van een museum openstaan. Mensen moeten er een deel van kúnnen zijn.”

Formaat: “Is het moeilijk om jongeren te bereiken?”

Philippe: “Het is niet gemakkelijk om een divers publiek te bereiken. Musea worden jammer genoeg nog steeds vooral bezocht door witte mensen, uit hoger opgeleide families ... De kern van de zaak is onderwijs. In het curriculum van het onderwijs zou er naast alle andere vakken ook een dag ‘verbeelding’ moeten zijn. Reinout en ik hebben een verschillende opdracht. Maar we delen het geloof in de verbeelding.”

Reinout: “Klopt, je merkt dat er in scholen te veel op kennis wordt gefocust. Het gaat altijd over bepaalde prestaties.”

Philippe: “Alles wordt in een succes afgemeten. Als men ons vraagt hoe een tentoonstelling was gaat het snel over het aantal bezoekers. Dat is jammer. Ik ken musea die prachtig zijn maar waar geen kat komt. We leven in perverse tijden. Het dak van de Notre-Dame in Parijs stort in, en binnen vierentwintig uur stromen de miljoenen van de rijkste Fransen binnen. Tegelijkertijd zijn er al maandenlang gele hesjes op straat aan het protesteren, en wordt er met die mensen hun voeten gespeeld wordt. Dat is triestig.”

Reinout: “Nemen jullie daar een positie in? Voeren jullie hier een maatschappelijk debat?”

Philippe: “Onze tentoonstelling staat met handen en voeten in de wereld. Maar we nemen geen politieke stelling in. We zijn een openbare plek. Dat vereist een bepaalde neutraliteit.”

Reinout: “Ik vind het moeilijk om als jeugdwerker niet politiserend te werken. Je kan bijna niet anders. Het is noodzakelijk om jongeren bewust te maken, kritisch te laten nadenken, en hen een stem te geven. Ik weet niet of het interessant is om een neutraliteit te behouden. Wat is volgens jou de impact van kunst?”

Philippe: “Geen flauw idee. Ik zei het onlangs: het is een geluk dat we het niet kunnen weten en meten. Mocht dat wel zo zijn, en stel dat er een bepaalde impact zou zijn, dan zou de politiek zich er al lang meer mee gemoeid hebben.”