(On)roerende voorheffing

Onroerende voorheffing

Onroerende voorheffing is een belasting die eigenaars jaarlijks moeten betalen voor hun gronden en gebouwen. Jeugdhuizen zijn definitief vrijgesteld van onroerende voorheffing. Daar zorgde een nieuw decreet in juli 2016 voor.

Vrijstelling

Als eigenaars een grond of gebouw ter beschikking stellen van een jeugdvereniging, kunnen ze vrijgesteld worden van deze belasting. Deze informatie is belangrijk voor

  • jeugdhuizen die zelf eigenaar zijn van hun gebouw;
  • jeugdhuizen die een gebouw (of lokaal) huren van een particuliere eigenaar.

Alle jeugdhuizen die in een gebouw zitten waarvan de gemeente NIET de eigenaar is, hebben belang bij deze informatie. Eigenaars rekenen deze belasting immers door aan je werking.

Automatische vrijstelling?

De Vlaamse Belastingsdienst int de onroerende voorheffing. Om vrijgesteld te worden, moest de Vlaamse Belastingdienst uiteraard weten of je recht had op een vrijstelling. Dat moest vroeger via een bezwaarschrift. Sinds het nieuwe decreet gebeurt de toekenning echter automatisch. Zowel het jeugdwerk als een groot aantal Vlaamse gemeenten deden het voorbije jaar heel wat inspanningen om de nodige gegevens aan de Belastingdienst te bezorgen. Daardoor zullen heel wat jeugdverenigingen dit jaar al automatisch kunnen genieten van de vrijstelling. In de toekomst zullen we ook blijven inzetten op de juiste gegevensverzameling voor deze vrijstelling.

Omdat deze werkwijze nog niet helemaal op punt staat, zou het kunnen dat je toch nog een aanslagformulier toegestuurd krijgt door de Vlaamse Belastingdienst. Ook omwille van eventuele onduidelijkheden, ontbrekende gegevens of administratieve redenen kan er een aanslagbiljet in je brievenbus vallen. Krijg je een aanslagbiljet, teken dan binnen de drie maanden na ontvangst bezwaar aanom alsnog te genieten van de vrijstelling van onroerende voorheffing.

Hoe je dat moet doen, lees je hier hier.

Roerende voorheffing

Wanneer moet je betalen?

  • Als je als jeugdhuis een lokaal of zaal met meubels, installatie … verhuurt.
  • Ook andere inkomsten kunnen onder het stelsel van de roerende voorheffing vallen. Enkele voorbeelden:
    • Het jeugdhuis wordt op bepaalde momenten uitgebaat door derden. Als hier tegenover een vergoeding staat dan is er op de winsten roerende voorheffing verschuldigd. Deze voorheffing is enkel verschuldigd op de netto-inkomsten, dus na aftrek van de onkosten.
    • De vrijstellingen die van toepassing zijn in de personenbelasting (intresten, dividenden van coöperatieve vennootschappen) zijn niet van toepassingen op vzw’s. Als de bank of de coöperatie de inhouding van 25% niet doet, dan dient de vzw dit aan te geven.

Hoeveel moet je betalen?

25% op het aangegeven bedrag. Dit bedrag moet voldaan zijn voor 15 januari van het jaar volgend op het jaar waarop de inkomsten verworven zijn. Aangifte gebeurt via formulier 273.
Gezien een verhuur bijna altijd onroerend goed en roerende goederen omvat, moet je 40% van de verhuurprijs nemen als roerende inkomsten.

Beter geen commerciële verhuur

Formaat adviseert om geen commerciële verhuur te doen, tenzij je jeugdhuis hiervan financieel afhankelijk is. Neem in je statuten op dat het een doelstelling is om je lokalen ter beschikking te stellen aan je leden en aan de jeugdverenigingen in je gemeente. Zo loop je ook geen kans om gemengd btw-plichtige te worden.