"Je bereikt meer met oprechte interesse dan met machtsmisbruik" - Een open gesprek tussen jeugdwerkers, politie en stadsdiensten

Onze samenleving steunt op een brede waaier aan diensten, initiatieven en mensen die zich inzetten voor jongeren. Niet alleen jeugdwerkers, maar ook stadsdiensten en politiemensen komen dagelijks in contact met jonge mensen. Vanuit verschillende perspectieven werken ze met dezelfde jongeren in dezelfde wijken. En ondanks hun verschillende positie aan de startblokken willen ze allemaal hetzelfde: het beste voor jongeren. Formaat organiseerde in de lente twee open gesprekken tussen verschillende partners in een wijk. Dit is deel 2, dat plaatsvond in jeugdhuis 2050 op Linkeroever in Antwerpen.

Tekst: Adriaan de Roover, Hans Dockx & Helena Verheye

Foto’s: Jan De Schoenmaeker 

Onze gesprekspartners om dieper in te gaan op dit thema zijn Najoua El Bejjati, Rachid Miri en Armin Ghazi. Armin heeft een achtergrond als manager en werkt sinds drie jaar als educatief medewerker bij jeugdhuis 2050 in Antwerpen. “Ik wou deze ontmoeting graag organiseren”, vertelt hij. “Veel van onze jongeren kijken negatief naar de politie en ik wil die relatie verbeteren. Daarom willen we dit soort gesprekken ook organiseren met de jongeren.”

Rachid is een goede vriend van Armin, werkte eerst als belastingcontroleur en is sinds 2013 aan de slag bij de politie. Hij begon bij de interventiepolitie, maar had altijd al de ambitie om meer onderzoeksmatig te werken en doet dat nu bij de sectie diefstallen in de politiezone Mechelen-Willebroek. Ook mijn ervaring met de politie was tot mijn 16e eerder negatief dan positief,” vertelt Rachid, “maar tijdens mijn laatste jaar op de hogeschool had ik een inspirerend gesprek met een politieagent. Dat heeft veel veranderd.”

Najoua, ten slotte, studeerde orthopedagogie en werkte daarna in de jeugdpsychiatrie en in het crisisteam voor min 18-jarigen bij het CAW. Vandaag werkt ze voor de jeugdinterventiedienst van Stad Antwerpen met jongeren van 0 tot 25 jaar. Dit doet ze in een team van zes casemanagers die het aanspreekpunt zijn voor specifieke wijken. In haar geval zijn dat Linkeroever, de Antwerpse binnenstad, Zuid-Noord en het Eilandje. 

Wie is wie?

Armin Ghazi is jeugdwerker in jeugdhuis 2050 in Antwerpen.

Rachid Miri is politie-inspecteur in de politiezone Mechelen-Willebroek en bevriend met Armin.

Najoua El Bejjati is casemanager jeugdinterventie bij Stad Antwerpen.

"De diensten van de jeugdinterventie zijn niet bij iedereen bekend”, vertelt Najoua als we haar vragen wat haar job inhoudt. “Professionele partners die zelf in contact staan met jongeren, zoals de politie, CLB, scholen, jeugdwerkers enzovoort, kunnen iets melden bij onze dienst. Dat kan overlast zijn, maar ook een bezorgdheid over het welzijn, schooltraject of de thuissituatie van jongeren.”

Daarnaast starten we ook preventieve trajecten rond bredere problematieken zoals spijbelen. Na een aanmelding wordt er op huisbezoek gegaan om de situatie te bespreken, wordt er gekeken of de gezinnen de bezorgdheden delen en of ze zelf ook hulpvragen hebben. Zo komen wij vaak in het kader van overlast terecht bij gezinnen die zelf de weg naar hulpverlening niet vinden. Wij gaan met de ouders en jongeren in gesprek en kijken hoe we hen kunnen ondersteunen. Vervolgens kunnen we hen begeleiden naar gepaste hulpverlening.”

Sigaretten in de lade

Najoua geeft aan dat ze vooral voor haar job gekozen heeft omdat ze jongeren en gezinnen meer kansen wil geven en van daaruit wil focussen op hun positieve kracht in plaats van op hun negatieve. Als we van de politie een aanmelding krijgen en we vervolgens het gezin in kwestie contacteren, focussen we altijd op het verhaal van de jongere”, klinkt het.

Ook Armin, die zelf niet de gemakkelijkste jeugd heeft gehad, probeert op zijn beurt jongeren te motiveren om hun dromen waar te maken: “In België krijg je kansen, maar tegelijk maken racisme en discriminatie het leven moeilijk. Die problemen moeten worden aangepakt. Ik kwam op mijn 8 jaar naar België, sprak geen woord Nederlands en werd daarom uitgelachen. Ik kreeg toen ook kanker, wat een extra bemoeilijkende factor was. Maar ik heb altijd doorgezet en geprobeerd om geen excuses te zoeken.” Met die houding probeert Armin nu de jongeren in het jeugdhuis te versterken.

Rachid wou graag werken in een openbaar ambt omdat hij mensen wou helpen. Als belastingcontroleur kon dat bijvoorbeeld door wie de taal niet machtig is te assisteren met het invullen van hun belastingbrief”, vertelt hij. “Bij de politie is dat een stuk moeilijker omdat de aard van het werk reactiever is. Maar ik probeer nooit het menselijk aspect uit het oog te verliezen. Ik registreer wat er gebeurt, maar het oordelen laat ik aan andere mensen over.” Verder probeert hij iedereen menselijk te behandelen. “Ik rook zelf niet, maar heb wel altijd sigaretten klaarliggen in mijn lade, voor als een verdachte wil roken voor een verhoor bijvoorbeeld.

Dus voor jou zijn mensen onschuldig tot het tegendeel is bewezen?

Rachid: “Inderdaad, maar dat is niet altijd evident. Als we bijvoorbeeld opgeroepen worden omdat iemand gestolen heeft in een supermarkt dan doe ik mijn werk en pakken we die persoon op. Maar onderweg vraag ik vaak naar het motief en dan krijg je een heel ander verhaal. Dan kan blijken dat de daders iets nodig hebben voor school of dat hun ouders geen geld hebben. Het is niet verplicht om je zo te gedragen als politieagent of als ambtenaar, maar dat ‘extraatje’ kan zo veel doen.”

Respect oogst respect

Armin vindt zijn job heel veelzijdig en vindt het uitdagend om elke keer een andere jongere met een ander verhaal voor zich te hebben. “In coronatijden merk ik wel dat er veel meer spanningen en discussies zijn in het jeugdhuis”, vertelt hij. “Maar respect voor politie en andere partners blijft belangrijk. Zo was er onlangs een discussie bij ons tussen een jongere en de politie en die dreigde te escaleren. Toen ben ik ertussen gekomen en heb ik nog eens het belang benadrukt van wederzijds respect. In dit geval was de politieagent namelijk ook aan het uitdagen. Je bereikt meer met oprechte interesse dan met machtsmisbruik"

“Een ander voorbeeld. In dit jeugdhuis hebben we een nultolerantie voor drugs. Als er dan toch een probleem is, dan heb ik al twee manieren van aanpak uitgeprobeerd: uitleggen waarom drugs een no-go is in een jeugdhuis, onder meer omdat hier ook jongere kinderen komen, of een meer ludieke aanpak waarbij ik dingen zeg zoals: “Eh mannen, wat is dat hier? Zijn jullie junkies of zo”. De respectvolle aanpak werkt beter.”

Jullie delen de bezorgdheid over jongeren, maar elk vanuit een andere positie. Hoe kunnen jullie elkaar helpen?

Najoua: “Ik vind het een groot probleem dat jongeren de verschillende instanties niet kennen. Diensten die goed samenwerken, kunnen zowel elkaar als de jongere beter helpen. Nu krijgen we bijvoorbeeld nog weinig aanmeldingen van jeugdhuizen. Ik merk dat er daar ook een moeilijkheid zit door de vertrouwensband die jeugdwerkers hebben met de jongeren. Maar wij zijn altijd bereid om advies te geven of in gesprek te gaan. Als mensen het hebben over de jeugdinterventiedienst, dan wordt dat vaak gelinkt met politie. Maar dat is niet zo. De politie is gewoon een partner.”

Armin: “Ik ben het ermee eens dat we vaker het gesprek moeten aangaan. Ik hoor bijvoorbeeld van collega’s dat er soms een combi voor het jeugdhuis komt staan en dat de politie dan naar binnen kijkt om jongeren te intimideren. Als er dan een jeugdwerker gaat gaan vragen of er iets is, krijgt die een antwoord à la “ga gewoon weg”.”

INTERVIEW_gesprek_politie_door_Jan_De_Schoenmaeker_22

Waardevolle tijd

Rachid: “Ik merk dat er bij de jeugd vaak gesproken wordt over geld. Dat begint op heel jonge leeftijd. Bij Belgen zonder migratieachtergrond krijgen kinderen zakgeld en wordt er dan gekeken wat ze ermee doen. Binnen mijn eigen leefwereld is dat veel minder. Jongeren die drugs verkopen doen dat niet voor de kick, maar voor het geld. Daar geraak je niet ver mee: als je tegen de lamp loopt, ben je veel meer kwijt. Begin maar eens werk te zoeken met een strafblad. Als je een migratieachtergrond hebt, is het niet altijd makkelijk om deftig werk te vinden, dat is gewoon zo, maar je moet de werkgevers natuurlijk ook niet de tools geven om te discrimineren.”

Armin: “Als je gewend bent om duizenden euro’s per maand te verdienen en daarna weer voor een baas moet werken voor pakweg 1600 euro, dan is dat moeilijk. Ik heb ook een probleem met influencers die uitpakken met hun Lamborghini of Ferrari. Meestal is dat fake en gebruiken ze een huur- of leasewagen om foto’s te maken op exotische bestemmingen zoals Dubai. Jongeren weten dat niet, maar willen het beeld dat ze zien wel nastreven.”

“Ik zeg altijd dat niet geld, maar tijd het meest waardevolle goed is. Die is niet oneindig en moet je goed benutten. Zo vind ik het belangrijk dat je in ons jeugdhuis niet alleen PlayStation kan spelen, maar ook informatie krijgt over de toekomst. Als jeugdwerker kan je meer doen dan enkel activiteiten en instuifmomenten organiseren, maar bijvoorbeeld ook eens een politieagent uitnodigen of een succesvolle ondernemer. Dan kunnen de jongeren zien dat ze dat zelf ook kunnen bereiken. We proberen hen ook te motiveren om naar de fitness te gaan en zo zwaarlijvigheid tegen te gaan.”

Rachid: “Ik had een jongere van 18 jaar, een fietsdief. Die had daarvoor nooit drugs gebruikt, maar leerde heroïne en xtc gebruiken in de gevangenis. Die is er erger uitgekomen dan erin gegaan, dat kan niet de bedoeling zijn.”

Armin: “Dat zo iemand gezien wordt als een serieuze crimineel, vind ik overdreven. Ik ken ook jongeren die vroeger drugs hebben gedeald en nu toch een vaste job hebben.”

Hoe maak je daar dan toch nog een mooi traject van?

Najoua: “Een jongere doet zoiets nooit zomaar en het is op dat moment belangrijk om in gesprek te gaan. Wat leeft er bij die jongere? Wat maakt dat die dat gedrag stelt? Is dat door een verkeerde vriendengroep? Is dat uit noodzaak? Zoek wat er leeft en kijk dan wat die persoon nodig heeft om niet te hervallen. Zoals eerder vermeld, het leven draait niet alleen om geld, er zijn meer kostbare dingen en het is belangrijk om daarop in te spelen. Leg de focus niet alleen op het negatieve en heb niet zomaar een oordeel klaar, iedereen maakt fouten. We merken ook dat de bezorgdheden van ouders verschillen van de bezorgdheden van hun kinderen. Als je dat wat in kaart brengt en bespreekbaar maakt binnen een gezin, dan kan je naar een consensus streven.”

Armin: “Ik zeg tegen mijn dochter dat we altijd over alles moeten kunnen praten. Dat mis ik bij sommige ouders, die vaak heel streng zijn en niet communiceren. Maar iedereen kan een steentje bijdragen. Ik ben praktiserend moslim en ik neem geen drankjes aan van jongeren die met haramgeld de groep trakteren, omdat ik hen daar niet in wil steunen. En als die jongere morgen met een mooie wagen langs het jeugdhuis komt, ga ik niet vragen of ik een rondje mag rijden.”

Rachid: “Ja, het is ook gewoon niet fijn om om half 5 in de ochtend met de stormram een huis binnen te moeten vallen omdat de zoon van 18 cocaïne verpakt in zijn slaapkamer. Maar dat is wel deel van het takenpakket bij de politie. Er zijn dan de directe slachtoffers van de drugshandel, maar de familie is op dat moment ook slachtoffer. Zij zijn vaak niets op de hoogte. Er is veel onwetendheid rond wat strafbaar is en wat niet. Gewoon al het feit dat je drugs consumeert in de nabijheid van jongeren, is een verzwarende omstandigheid in de drugswet.”

Armin: “Wat doe je met zo’n probleemjongeren? Als de jongere die drugs dealt zegt tegen de andere: “Ga jij maar werken voor 11 euro per uur”, wat moet die gast van 15 dan denken die graag voor 6 euro per uur pizza’s wil rondbrengen? Jongeren zijn makkelijk te beïnvloeden. Ik kan tien keer tegen die persoon zeggen dat die zijn best moet doen en zijn ouders trots moet maken, maar als die drie keer van een andere jongen hoort hoe je gemakkelijk geld kan verdienen, dan wordt het moeilijk.”

Najoua: “Ik denk dat we jongeren kunnen leren dat ze slechte dingen gaan ervaren in de buitenwereld, maar dat hun gedrag het enige is wat ze kunnen controleren. We moeten kijken hoe we jongeren kunnen versterken zodat ze zich niet laten meeslepen in het negatieve.”

Vertrouwen versus deontologie

Armin: “Als een jongere die met criminele dingen bezig is in het jeugdhuis binnenkomt, dan verziekt dat de sfeer voor de anderen. Daar heb ik het zelf ook moeilijk mee.”

Op welk moment neem je contact op met de politie?

Najoua: “In sommige gevallen hebben we meldingsplicht. Dus als er een grote verontrusting is en we zien dat er geen medewerking is, dan zijn we als hulpverlener verplicht om daar een volgende stap in te nemen, maar dat is nooit onze intentie en is altijd in communicatie met de jongere en de gezinnen.”

Armin: “We hebben inderdaad een deontologische code. In bepaalde situaties is het noodzakelijk om contact op te nemen met de politie, maar niet altijd. Als jeugdwerker bouw je een vertrouwensrelatie op met jongeren. Die wil je niet zomaar kapot maken. Stel dat je jongeren zou weigeren omwille van bepaalde feiten, dan hebben we er nog minder grip op en is het probleem daarmee niet opgelost. Toen er een inspecteur langskwam om te vertellen dat één van de jongeren slecht bezig was, zei ik: “Wij discrimineren niet, iedereen is hier welkom.” We hebben onze basisregels zoals nultolerantie voor drugs, geen gebruik van geweld, niet het n-woord gebruiken … Maar voor de rest gaan we niemand discrimineren. Als ik een probleem zie, probeer ik het liever zelf op te lossen dan door te verwijzen naar een andere dienst. Ik heb ook zestig jongeren die wél goed bezig zijn en ik wil niet dat die negatieve energie overslaat naar hen.”

Najoua: “Werken jullie ook met kinderen, of?”

Armin: “We hebben de kinderwerking, de tienerwerking en de werking voor 16- tot 25-jarigen.”

Najoua: “En is er soms contact met de ouders?”

Armin: “Mijn collega die met de kinderen werkt, heeft wel contact met de ouders. Ik die met de volwassen jongeren werk, minder. Als de tieners iets uitspoken, gaan we naar hun oudere broer bijvoorbeeld. Maar met onze tieners hebben we eigenlijk heel weinig problemen. Het is vooral als ze de leeftijd van 18 jaar bereiken dat er problemen komen. Daarnaast is het belangrijk om te onthouden dat jongeren die met criminele dingen bezig zijn wel dingen kunnen en een bepaalde intelligentie hebben. We moeten er gewoon voor zorgen dat we hun skills kunnen ombuigen naar iets positief.” 

Extra kader

De Vlaamse Jeugdraad adviseert over ‘Jongeren en politie’:

Er is helaas vaak onbegrip tussen politie en jongeren. De Vlaamse Jeugdraad wil dat onbegrip doorbreken en brengt daarom eind september een advies ‘Jongeren en politie’ uit. De jeugdwerkadviseurs en jongerenadviseurs ging daarvoor in gesprek met experten en academici, met jeugdwerkorganisaties en andere middenveldorganisaties, maar ook met de politie en met jongeren zélf. Resultaat zijn meer dan 30 aanbevelingen. Aan beleidsmakers, aan de politie, aan het jeugdwerk, enzovoort.

Meer weten?

> www.vlaamsejeugdraad.be