Is een duurzaam festival organiseren de toekomst?

Paradise City Festival (Perk) won de ‘Green event award 2016’. Reden genoeg om een kijkje te nemen op het ecologisch verantwoord elektronicafestival. Want hoe pak je dat aan, zo’n groen festival organiseren? Twee jonge ondernemers, Dimitri Verschueren en Gilles De Decker, besloten vijf jaar geleden hun eigen festival op te starten omdat ze op andere festivals “iets misten”. De vraag die ze zichzelf stelden, was ‘wat kunnen we doen om een festival te creëren dat geen vuil achterlaat?’ Hun missie was geboren: ze wilden op alle niveaus zo ecologisch mogelijk te werk gaan. Hun baseline: “Electronic music, fine cuisine and ecology”.

Behoud de natuur

Een groot park op het kasteeldomein Ribaucourt in het Vlaams-Brabantse Perk vormt de setting van het festivalterrein. Een lang pad met bomen naast het water brengt je naar de inkom van het festival. Wat meteen opvalt, zijn de natuurlijke materialen waarmee het festival is opgebouwd. “We hebben deze locatie gekozen vanwege de mooie natuur en we willen die natuur laten spreken,” vertelt Dimitri. “We vermijden promoteams met flyers, stickers of affiches op het festivalterrein. Er hangen nergens banners of vlaggen. We investeren in houten logo’s van onze partners en sponsors, die een contract van minstens drie jaar aangaan.” Om de natuurlijke setting zoveel mogelijk te behouden, werken de organisatoren met ge-upcyclede houten tafels, togen en stoelen en afrasteringen van riet. Ook de lichtshows tijdens de dj-sets blijven beperkt en vuurwerk wordt achterwege gelaten.

Verklein de afvalberg

Naast de natuurlijke kleuren en materialen valt het ook meteen op hoe proper het festivalterrein erbij ligt. Ook al zijn we momenteel al bij dag drie. De organisatoren gaan uit van het principe ‘geen afval geven, geen afval creëren’.

  • Het festival gebruikt enkel 100% herbruikbare bekers. Er zijn verschillende bekers in omloop tijdens het festival: deels een investering van Paradise City zelf en deels gesponsord door de partners.
  • Bij het binnenkomen worden er draagbare asbakjes uitgedeeld aan de rokers. Deze zijn online aangekocht als investering: geen peuken op de grond maar in het asbakje.
  • Op het terrein staat een stand van Dopper waar je drinkflessen kan kopen. Deze kan je laten vullen aan de bar, met gefilterd kraanwater voor de prijs van één consumptie (of gewoon gaan vullen in de toiletten, die bovendien niet chemisch zijn. Het zijn compressietoiletten.).
  • De camping is voor 90% gevuld met kartonnen, recycleerbare tenten. Geen stort van achtergelaten goedkope Decathlon-tentjes na afloop van het festival. Bovendien mogen de bezoekers hun tent met stiften inkleuren. De huurder van de knapste tent krijgt zijn festivalticket terugbetaald.
  • Het festival is volledig cashless. Er komen geen bonnetjes meer aan te pas.

Reduceer de CO2 uitstoot

De festivalorganisatoren slagen er elk jaar in om de CO2-uitstoot van het festival te verkleinen. Dit jaar werken ze met slechts drie generatoren die op blue fuel draaien. Vorig jaar waren dat er nog vier. Door een constante monitoring van het verbruik, weten ze elk jaar hun energie beter in te zetten. Blue fuel is volledig CO2-neutraal, maar het is heel duur. Opnieuw dus een investering van de organisatoren.

Daarnaast ondertekenen ook de leveranciers het green charter en registreren ze hun verplaatsingen om zo hun uitstoot te kunnen berekenen. Meten is weten en zo kan er elk jaar verbeterd worden. De CO2-uitstoot die het festival alsnog maakt, ondanks alle inspanningen, wordt achteraf gecompenseerd door het steunen van een klimaatproject.

Tekst: Katrien Van de Mosselaer (uit Formaat Magazine september 2017)