Interview: De schepen en De Leute

Met De Leute heeft Blankenberge na twintig jaar opnieuw een jeugdhuis. Reden genoeg om te vieren voor drijvende kracht Steven en schepen van Jeugd Daphné Dumery (N-VA). Het nieuwe jeugdhuis kwam er niet zonder slag of stoot. De politiek had andere prioriteiten en de vergrijzende bevolking zag liever geen jeugdhuis komen. Maar Steven en Daphné bleven erin geloven, zodat de jongeren van Blankenberge nu eindelijk een eigen jeugdhuis hebben.

Tekst en foto’s: Free Anckaert

Zijn jullie blij dat er na al die jaren eindelijk een jeugdhuis is in Blankenberge?

Steven: “Ja, ik ben heel blij. Na twintig jaar sleuren en trekken is het nu zo ver. We zijn met veel motivatie en enthousiasme gestart en dat heeft nog niet moeten inboeten. We zijn dus echt heel content.”

Daphné: “Het was een principedossier geworden. Verschillende generaties jongeren vroegen naar een jeugdhuis. Nooit nam de politiek de moed om knopen door te hakken. Door een politiek debacle twee jaar geleden kwam het dossier dan toch in een stroomversnelling. Toen ik in de coalitie kwam wilde ik het jeugdhuis realiseren, maar in een haalbare en realistische versie - de plannen waren veel te groots.”

“Ik zit in een partij die zegt: ‘we beginnen klein, we geven verantwoordelijkheid en kijken of het lukt’. Je kan daar blij om zijn of niet, maar het project heeft wel een start gekregen. Ik ben ervan overtuigd dat als je de jongeren de verantwoordelijkheid geeft en het vanuit hen laat groeien, er veel kan.”

“Ik kon het niet verantwoorden om een groot project uit het niets op te starten. We zijn daar heel eerlijk in geweest, boven partijgrenzen heen. We voelden dat er iets was. Het was niet perfect, maar we konden er zeker iets van maken. En ik ben heel blij en trots op hoe het nu loopt.”

De deuren van het vorig jeugdhuis ‘De Knobbel’ sloten twintig jaar geleden. Waarom duurde het zo lang voor een nieuw jeugdhuis het licht zag?

Daphné: “De Knobbel werd gesloten in een zeer negatieve sfeer. Het toenmalige jeugdhuis werd geassocieerd met drugs. Terecht of niet, dat laat ik in het midden. Er was een vrees dat dat terug zou komen met een nieuw jeugdhuis. Daarbij komt dat de vergrijzingsgraad hoog ligt. De ouderen hier staan niet zo positief tegenover de jeugdinitiatieven. “Het jeugdhuis is dicht bij het politiekantoor, er is supervisie”, was dan ook vaak de eerste reactie bij op de opstart van De Leute.”

“Heel die periode werd ook de vraag gesteld of er wel genoeg jongeren waren en of er nood was aan een jeugdhuis. Er werden enkel negatieve vragen gesteld. Terwijl je op een gegeven moment die sprong moet wagen.”

Steven: “En die sprong was het helemaal waard!”

Was er dan zo veel vraag vanuit de jeugd naar een jeugdhuis?

Daphné: “De jeugd is een abstract begrip, want er zijn kort opeenvolgende generatiewissels. Zo’n generatie duurt drie à vier jaar en veel jongeren verlaten de stad wanneer ze gaan studeren. Maar als je een beleidsbeslissing maakt, gaan daar vele jaren over. De vraag naar een jeugdhuis kwam telkens terug in de politiek tijdens de campagneperiode. Dan was iedereen wél voor een jeugdhuis, tot er een budget moest vrijkomen om het te realiseren. Dan waren er plots andere prioriteiten. Het electoraat zit dan jammer genoeg ook bij de ouderen. Die komen hier op hun vijftigste, met een tweede verblijf aan de zee en zien een jeugdhuis niet als prioriteit.”

Steven: “Na enkele maanden bereiken we nu een aardig publiek, dat steeds uitbreidt en zich over meerdere generaties strekt. Ik ben zelf 21 jaar, studeer ook in Gent, maar ik zit hier ieder weekend. Het is hier heel gezellig en je hier van alles kan doen.”

Hoe is De Leute uiteindelijk ontstaan en hoe lopen de eerste maanden?

Steven: “De Leute is er gekomen vanuit een gevoel dat het nodig was, voor mezelf en voor de jeugd in Blankenberge. Ik had het gevoel dat er iets ontbrak en wilde me graag engageren. Er was een aanbod voor jongeren in Blankenberge, maar niet echt voor mijn generatie en de generatie jonger dan ik. Je kan skaten, je kan hangen in de stad … Maar niet iedereen gaat graag uit of voelt zich op zijn gemak in de plekken in de stad. Dan is het jeugdhuis misschien de beste plek om te chillen, te hangen, te netwerken, vrienden te leren kennen …”

“Via de jeugdraad ontmoetten we Daphné, toen nog de nieuwe schepen van Jeugd. Zij geloofde erg in een jeugdhuis in Blankenberge. De eerste samenkomsten in de jeugdraad liepen niet meteen gesmeerd. Elk van ons had zijn of haar visie of ideologie. Iedereen zag het eerst groots met een fuifzaal voor 300 man, maar dat zou nooit werken voor mijn generatie. Laat staan dat die zaal vol zou raken. We zagen in dat we klein moesten beginnen om dan verder te kunnen groeien.”

Daphné: “We hebben soms heftig gebekvecht tijdens die eerste jeugdraden. Maar op een gegeven moment moest een kader geschept worden. Daar bleef ik dan bij. Verder heb ik me nooit gemoeid, denk ik (lacht).”

Steven: “Nee, zeker niet. We startten met een werkgroep om de grote lijnen uit te zetten. Een maand later kwam dat in het college en werd het goedgekeurd. Vervolgens startte er een volgende werkgroep en waren we meteen met twintig man. Via reclame op scholen bereikten we veel nieuwe mensen.”

Heb je tips voor andere schepenen/jeugdhuizen om de samenwerking tussen schepen/jeugddienst en jeugdhuizen te versterken?

Steven: “Schuif je eigen politieke mening achteruit! Ik heb een politieke mening, Daphné heeft dat en anderen in ons bestuur hebben dat ook. Maar als je iets voor de jeugd doet, doe het dan effectief voor de jeugd. Dan doen politieke mening en ideologie er niet toe. Die zijn hier nog nooit ter sprake gekomen. Het is belangrijk je te kunnen distantiëren van wat jij denkt dat goed is. Kijk naar wat er is afgesproken en wat goed is voor de jongeren.

Daphné: “Het is voor een collectief dat je werkt, niet voor je mening, niet voor zelfprofilering.”

Steven: “Het is inderdaad puur voor het collectieve goed. En als je niet overeen komt, zoek dan de gulden middenweg. Ga op zoek naar een andere oplossing, desnoods via de jeugddienst of een andere schepen.”


Hoe proberen jullie een nieuw/jong publiek te bereiken dat het niet gewend is om een jeugdhuis in de stad te hebben?

Steven: “Mond-tot-mondreclame is het belangrijkste op dit moment. Maar alle sociale media zeker ook. We zijn nu bezig met het in elkaar steken van drukwerk, zoals flyers, posters, stickers en T-shirts. Als er nieuwe mensen binnenkomen in De Leute verwelkomen we die warm, geven we ze een rondleiding, een drankje van het huis … We zorgen ervoor dat mensen zich op hun gemak voelen. Dat is belangrijk om hen hier te houden. Tegelijk is dat ook de beste en meest positieve reclame. Zo vertellen mensen aan hun vrienden over het jeugdhuis. We tonen bepaalde waarden en normen van het jeugdhuis, die je niet mag doorbreken. We zijn een pluralistisch jeugdhuis. Iedereen heeft een mening en iedereen mag zijn mening uiten. Niemand mag uitgesloten worden, niemand wordt beoordeeld op wie hij of zij is, op wat die doet buiten het jeugdhuis, enzovoort. Dat maakt ons jeugdhuis ook zo toegankelijk.”

Wat zijn de nabije toekomstplannen voor De Leute? Wat is jullie stoutste droom?

Steven: “Een festival!”

Daphné “Oei oei, nu ga ik mijn oren dicht doen!” (lachen beide)

Steven: “In februari organiseerden we een hiphopfeestje. Dat was een zeer groot succes. We hebben beslist om dat deze zomer niet opnieuw te doen, maar het uit te stellen en volgend jaar nog groter uit te pakken. We denken aan een urban festival, met surf, skate en hiphop om urban culture samen te brengen. Dat is het grootste project in de nabije toekomst.”

Daphné: “En je vraagt er nu al geld voor!” (lacht)

Steven: “Nee ik heb nog niets gezegd!” (lachen beide)

Daphné: “Ik houd er alleszins al rekening mee om geld vrij te houden” (knipoogt).