Het memorandum van Formaat: de longread

Download hier de pdf.

"Jeugd(huis)werk is wat werkt voor jonge mensen"

De grootste kracht van het jeugdwerk zit in het organiseren en beheren van common goods zonder vast te hangen aan regels, financiële opbrengst of persoonlijk gewin. Vaak op frisse en nieuwe manieren. Vertrekken vanuit wat jongeren bezig houdt is daarbij belangrijker dan een standaard aanbod te (re)produceren. Jongereninitiatieven groeien alleen maar wanneer er geluisterd wordt naar de jonge mensen die ze opzetten. Luisteren naar wat jongeren in de buurten bezig houdt, is dan ook het enige basisrecept voor succesvol en zinvol jeugdhuiswerk.

De unieke positie van het jeugdhuis ligt immers allang niet meer alleen in een veilige en afgesloten jongerenplek, maar ook in het mee ondersteunen van levendige buurten en zorgzame gemeenschappen. Een buurt, een dorp, een gemeenschap en alles wat daar in te vinden is: het vormt een perfecte voedingsbodem voor sterk jongerenwerk. Daarom is er nood aan een zeer open kader, dat openingen biedt om te kiezen voor wat jongeren willen. Jeugdhuizen gaan immers veel verder dan enkel het aanbieden van een kwaliteitsvolle vrije tijd voor jongeren. Ze kiezen ook voor levensbrede ondersteuning die gaat over welzijn, over jongereninformatie, deeltijds werken en leren, werk, sport …

"Lokale overheden hebben de sleutel in handen voor sterk en relevant jeugdhuiswerk"

Lokale overheden zijn, naast jeugdhuizen en hun medewerkers, hefbomen voor sterk en relevant jeugdhuiswerk. Zij maken het lokaal beleid, zetten de lijnen uit en ondersteunen het jeugdhuiswerk en zijn verscheidenheid aan werkvormen - zowel inhoudelijk als financieel. Lokale overheden inspireren, ondersteunen en adviseren jongeren bij het vormen en sterker maken van hun jeugdhuis. Het spreekt dus voor zich dat de gemeenteraadsverkiezingen ontzettend belangrijk zijn voor jeugdhuizen – en voor Formaat.

Formaat ziet jeugdhuizen zelf als essentiële spelers binnen het lokaal jeugdbeleid. We zullen jeugdhuizen inspireren en ondersteunen om de stem van jongeren te doen weerklinken en te versterken binnen het lokaal jeugdbeleid. Ook zullen we jeugdhuizen en hun medewerkers helpen om een actieve rol te spelen bij de opmaak van de lokale masterplannen 2020 – 2025.

Voor Formaat zijn de lokale verkiezingen bovendien hét ankerpunt om lokale beleidsmakers te informeren en inspireren over onze visie op jeugdhuiswerk en om de tools en knowhow mee te geven om deze visie in de praktijk te brengen. We stellen ons dan ook op als partner voor een sterk jeugdbeleid en willen mee nadenken over hoe lokale besturen jeugdhuiswerk, in al zijn diversiteit, optimaal kunnen ondersteunen en faciliteren. Daarom schuiven we hieronder een aantal thema's naar voren die volgens ons onontbeerlijk zijn om te komen tot sterk en relevant jeugdhuiswerk.

1. Een lokaal jeugdwerkbeleid dat rekening houdt met de diversiteit van haar bevolking

1.1 Wat?

Diversiteit gaat over de diepgaande of fundamentele verschillen in de levensomstandigheden waarin kinderen en jongeren opgroeien. Deze verschillen moeten we zien als verrijkend, maar tegelijk moeten we aandacht hebben voor sociale ongelijkheid, uitsluiting en discriminatie.

De superdiverse en multiculturele samenleving is een feit. Dit heeft ook gevolgen voor het jeugdwerk, waar verschillende culturen elkaar steeds meer ontmoeten. Een kernelement van de jeugdhuismethodiek is dat jeugdhuizen er zijn voor alles jongeren, dat ze openstaan voor diversiteit, en dat als een meerwaarde beleven.

De laatste decennia ontstonden heel wat jeugdhuizen voor en door jongeren uit etnisch-cultureel diverse minderheden. Zij bereiken heel wat jongeren – vooral jongeren met diverse roots –, organiseren laagdrempelige activiteiten en bouwen mee aan sterk lokaal jeugd(huis)werk. Maar zij vinden moeilijk de weg naar erkenning als jeugdwerkinitiatief, laat staan naar de ondersteuningskanalen van de gemeente of stad.

1.2 Waarom?

Jeugdhuizen voor en door jongeren met een etnisch-cultureel diverse achtergrond bieden jongeren uit de buurt een zinvol vrijetijdsaanbod en laagdrempelige ontmoetingskansen. Zij richten zich tot alle jongeren, maar bereiken vooral jongeren gebonden aan een specifieke gemeenschap (Turks, Marokkaans …) of uit een specifieke wijk of buurt. Dit zijn jongeren die zich minder aangesproken voelen door het aanbod van andere jeugdorganisaties en die op zoek zijn naar een plek en aanbod dat afgestemd is op hun interesses en leefwereld. Bovendien bereiken jeugdhuizen voor en door etnisch-culturele minderheden veel tieners (12 tot 16 jaar), eveneens een moeilijk te bereiken doelgroep.

Het jeugdhuizenonderzoek[1] toont bovendien aan dat jeugdhuizen die voornamelijk blanke ‘middenklasse’ jongeren aantrekken eigenlijk meer diverse jongeren, meer vrouwelijke bezoekers en meer jongeren met een bredere culturele voorkeur willen bereiken. Diversiteit heeft dan ook positieve gevolgen voor de tevredenheid van vrijwilligers, bezoekers en jongerenwerkers. Een groter aandeel van jongeren met etnisch-cultureel diverse roots in het jeugdhuis zorgt bovendien voor meer openheid voor andere culturen en levensbeschouwingen.

1.3 Hoe?

  • Erken en ondersteun jongereninitiatieven om wat ze doen in de praktijk en niet om wie ze zijn of onder welke jeugdwerkvorm ze al dan niet vallen.
  • Wees aandachtig voor jeugdhuizen die jongeren met diverse roots bereiken. Hun extern netwerk is niet sterk uitgebouwd, waardoor ze zelf de ondersteuningskanalen moeilijk vinden.
  • Stimuleer het solidariteitsprincipe. Stimuleer bijvoorbeeld jeugdhuizen om kleine werkingen en initiatieven te ondersteunen door samen projecten op te zetten, infrastructuur te delen en expertise uit te wisselen.
  • Geef doelgroepspecifieke werkingen geen toeleidingsfunctie. Een jeugdhuis dat bijvoorbeeld vooral jongeren met Afrikaanse roots aantrekt, zorgt voor een verbreding van het bestaande aanbod en heeft dus bestaansrecht - of beter: bestaansnoodzaak - op zich.
  • Geef jeugdhuizen voor en door etnisch-culturele minderheden voldoende financiële en infrastructurele ondersteuning. Deze werkingen hebben immers weinig inkomstenbronnen (er zijn geen of beperkte inkomsten uit drankverkoop), zitten in een dure infrastructuur (op de private huurmarkt) en willen daarenboven de activiteiten en uitstappen zo laagdrempelig mogelijk houden.
  • Stimuleer en ondersteun jeugdhuizen bij de ontwikkeling van hun visie op diversiteit. En help hen bij het herkennen en wegwerken van drempels die ze ondervinden wanneer ze hun werking openstellen voor álle kinderen en jongeren.
  • Neem een duidelijk engagement op dat álle stemmen – ook de minder luide – worden gehoord bij de totstandkoming van het lokaal (jeugd)beleid. Doe bijvoorbeeld krachtige omgevingsanalyses en neem dat als vertrekpunt om een jeugdbeleid op af te stemmen.
  • Stimuleer samenwerkingen tussen organisaties.

2. Een nieuw subsidiemodel voor jeugdhuizen

2.1 Wat?

Lokale besturen hanteren vaak een ondersteunings- en subsidiebeleid dat geënt is op het klassieke beeld van jeugdhuizen. In dergelijke outputgerichte reglementen worden jeugdhuizen beoordeeld op het aantal openingsuren, het aantal activiteiten, het aantal deelnemers, de aard van de activiteiten,…

We moeten naar een ander ondersteunings- en subsidiemodel: een open, transparant en toegankelijk model, gebaseerd op dialoog. Laat de outputgerichte kaders los en kies voor een volwaardig partnerschap tussen gemeente en jeugdhuis waarin beiden realistische verwachtingen formuleren en vertalen in concrete afspraken.

2.2 Waarom?

Een outputgericht subsidiekader zorgt voor een hoop administratie. Uit het jeugdhuizenonderzoek blijkt dat administratieve overlast een grote demotiverende factor is voor zowel vrijwilligers als voor beroepskrachten in jeugdhuizen.

Door het strakke kader van een outputgericht subsidiemodel los te laten en in dialoog te gaan met jongeren over hun eigen ambities in het jeugdhuis, heeft een lokale overheid de sleutel in handen voor een bloeiend netwerk van jongerenplekken dat overeenkomt met de realiteit van onze superdiverse samenleving.

Een open en transparant subsidiemodel geeft ruimte en kansen aan verschillende soorten jeugdhuiswerk, ook aan nieuwe initiatieven en nieuwe thema’s. Dat zorgt voor een verbreding van jeugdhuiswerk, wat op zijn beurt leidt tot het bereik van een ruimere, meer heterogene groep jongeren.

Zo’n nieuw model vraagt ook een herdenking van de financiering van jeugdhuizen. Te beperkte financiering noopt het jeugdhuis tot het zoeken van extra inkomsten (drankverkoop, zaalverhuur,…). Te vaak gaat een lokale overheid hier zelfs van uit. Jeugdhuizen zijn daardoor kwetsbaar en weinig flexibel in de manier waarop ze hun werking uitbouwen. Via een subsidiemodel dat gebaseerd is op de ambities van het jeugdhuis zelf en dat ontstaat uit dialoog en wederzijds partnerschap, geeft het lokaal beleid duidelijke en stimulerende impulsen. Dat zorgt voor inhoudelijk sterkere jeugdhuizen, met een ruimte werking en een breder scala aan activiteiten. Jeugdhuizen kunnen zo meer inspelen op processen (bijvoorbeeld vrijwilligers werven, de participatiestructuur verbeteren,…) in plaats van enkel op output in te zetten.

2.3 Hoe?

  • Creëer open en transparante reglementen, die kansen geven aan verschillende soorten jeugdhuiswerk, ook aan nieuwe initiatieven en nieuwe thema’s. Maak het ondersteunings- en subsidiemodel transparant en toegankelijk voor álle jongeren.
  • Open laagdrempelige instapmogelijkheden voor nieuwe projecten en initiatieven.
  • Voorzie werkbare budgetten voor ondersteuning, vorming, inhoudelijke werking en infrastructuur. Zo maak je inkomsten uit drankverkoop of zaalverhuur niet noodzakelijk voor de werking van het jeugdhuis.
  • Geef – vanuit een duidelijke visie op jeugdbeleid – gerichte impulsen en stimuleer op die manier vernieuwing in het jeugdhuis.
  • Betrek jeugdhuizen bij het bepalen van de subsidiecriteria. Zij weten wat er leeft bij de jongeren in de stad of gemeente. Dat geeft een meer uitdagend en toch gedragen subsidiebeleid. Besteed hierbij extra aandacht aan de draagkracht van nieuwe jeugdhuizen die in de opstartfase eveneens nood hebben aan voldoende middelen.
  • Beperk de administratieve rompslomp voor het jeugdhuis én de jeugddienst (minder verantwoordingen en controles) en maak tijd voor gesprekken over inhoud.
  • Zorg voor meer middelen om een bredere, meer heterogene groep inhoudelijk beter te kunnen ondersteunen.

3. Inspraak en participatie bij de planning, opmaak en implementatie van het lokaal beleid

3.1 Wat?

Goed lokaal jeugdbeleid laat jongeren mee beleid maken. Een van de voornaamste experten wanneer het gaat over kinderen en jongeren, zijn immers kinderen en jongeren zelf. Apprecieer en stimuleer de kritische stem van jeugdhuizen.

De jeugdraad is als motor van participatie een goed platform om meningen van jongeren te verzamelen.

3.2 Waarom?

Betrokkenheid van burgers in de opbouw van het strategische meerjarenplan is onmisbaar. Kinderen, jongeren en hun verenigingen staan te popelen om mee te denken, mee te dromen, mee te bouwen aan een goed lokaal beleid. Het is nodig om het initiatief voor dialoog en participatie bij de gemeente te leggen en voorwaarden te creëren voor jongeren om hun stem te laten horen.

De jeugdraad moet buiten zijn grenzen treden en samen met kinderen, jongeren en verenigingen waardevolle initiatieven opzetten om alle kinderen en jongeren te betrekken bij het beleid in hun gemeente. Het moet een instrument zijn dat ervoor zorgt dat het (jeugd)beleid eerlijk is voor iedereen en in het belang is van wie er in zit, maar ook voor iedereen die er niet in vertegenwoordigd is. Een eerlijk beleid is gedragen, komt tegemoet aan de vragen van álle kinderen en jongeren en geeft hen allemaal het gevoel dat ze thuishoren in hun stad of gemeente.

3.3 Hoe?

  • Co-creatie samen met de jongeren in de gemeente of stad is dé visie van de toekomst. Beschouw kinderen en jongeren niet als consumenten – of erger, lastpakken – maar als partners. Let er hierbij op dat alle doelgroepen co-creëren, anders bereik je enkel diegenen die de weg tot participatie al vinden.
  • Werk bottom-up. Vertrek écht vanuit de leefwereld van álle kinderen en jongeren. Luister naar hen en doe ook echt iets met hun meningen en ideeën. Zij zijn immers de expert. Burgerschap groeit uit wederzijds vertrouwen.
  • Informeer en empower kinderen en jongeren om hun eigen context vorm te geven. Versterk hen om in dialoog te gaan met anderen, ook met het bestuur. Enkel zo kan een lokaal bestuur werkelijk vernieuwende dingen doen en mee evolueren met de noden van verschillende (doel)groepen en nieuwe generaties.

4. Meer professionele jeugdhuiswerkers

4.1 Wat?

Een team van particuliere, professionele jeugdwerkers dat tewerkgesteld is in het jeugdhuis. Een professionele jeugdwerker is in dienst van de jeugdhuis-vzw. De jeugdwerker werkt autonoom en binnen het deontologisch kader van het jeugdhuis. De vertrouwensrelatie staat daarbij centraal.

4.2 Waarom?

Een team van particuliere, professionele jeugdwerkers versterkt en verbreedt het jeugdhuiswerk in de gemeente. Het jeugdhuizenonderzoek bewijst dat een team van jeugdwerkers het vrijwilligersengagement ondersteunt en versterkt: jeugdhuizen met een professional hebben meer bezoekers, meer vrijwilligers, een meer uitgebouwde werking en een betere relatie met de buurt en met de lokale overheid.

Om te komen tot breder jeugdhuiswerk is onder andere een verdere professionalisering van jeugdhuizen nodig. In een aantal steden zien we nu al dat teams van professionele jeugdwerkers in jeugdhuizen leiden tot een uitbreiding van de inhoudelijke programma's op niveau van artistieke expressie, ondernemerschap, jeugdinformatie, sport, werk, welzijn, armoede, diversiteit ...

Professionele jeugdwerkers hebben een positieve invloed op het hele jeugdverenigingsleven. Ze verhogen de know how in de gemeente, zetten samenwerking op en zorgen ervoor dat vrijwilligerswerk meer haalbaar wordt.

4.3 Hoe?

  • Subsidieer jeugdwerkers in dienst van het jeugdhuis vanuit de stad of gemeente. Dit opent de mogelijkheid om bovenlokale projecten aan te vragen, gesubsidieerd door Vlaanderen. 45 jeugdhuizen – met in totaal 75 projecten – maken reeds gebruik van deze subsidie. Met groot succes: deze jeugdhuizen bereiken meer jongeren en hebben een bredere werking[2].
  • Subsidieer de volledige personeelskost van professionele jeugdwerkers. Op die manier ligt de focus niet louter op het verwerven van extra inkomsten, maar op de inhoud en vernieuwing in de werking. Voorzie ook een budget voor werkingsmiddelen en equipering van de jeugdwerker (opleiding, kantoor, laptop,…).
  • Beschouw professionele jeugdwerkers als partners in het jeugdbeleid. Werk met hen samen en versterk hun plannen.
  • Geef jeugdwerkers meer tijd en mandaat voor basiswerk, het uitbouwen van een vertrouwensrelatie, vindplaatsgericht werken en voor het beantwoorden van hulpvragen.

5. Jeugdambtenaren die optreden als regisseurs op het terrein

5.1 Wat?

Jeugdambtenaren moeten vanuit hun kennis van de buurt actoren met elkaar in verbinding brengen, initiatieven stimuleren en zo een stimulerend, regisserend jeugdbeleid voeren. Samen met het werkveld zetten zij een kader voor jeugdbeleid uit en geven zij jeugdorganisaties de ruimte om vanuit hun eigen expertise dit kader in te kleuren.

5.2 Waarom?

Er is meer nodig dan vertrouwen in de zelforganiserende kracht van jongeren. De afstand tot het beleid is groot voor jongeren, zeker voor zij die sowieso al moeilijk de weg naar het jeugdwerk vinden. Jeugdambtenaren die optreden als regisseurs in het veld kunnen die afstand verkleinen en zo meer jongeren betrekken in het jeugdbeleid van de gemeente. Zo voorzien we dat er de komende jaren extra zal ingezet moeten worden op een aanbod voor tieners. Jeugdhuizen kunnen hier een rol in spelen.

5.3 Hoe?

  • Zoek actief naar nieuwe initiatieven en nieuwe vormen van jeugdhuiswerk, ondersteun en breng samen waar nodig. Zelf initiatieven opzetten is geen prioriteit. Het creëren of versterken van een jeugdmiddenveld is dat wel.
  • Kijk naar het jeugdwerk in je gemeente als een landschap: Is het voldoende divers? Onderzoek de noden en houd rekening met een specifieke groep die uit de boot dreigt te vallen: tieners.
  • Ga en blijf in gesprek met jongereninitiatieven en ondersteun hen inhoudelijk, financieel en indien nodig op vlak van infrastructuur.
  • Verwijs door naar andere organisaties en initiatieven die een meerwaarde kunnen bieden.
  • Geef jeugdambtenaren tijd en ruimte om met kinderen en jongeren in dialoog te gaan en hen persoonlijk te leren kennen. Zo krijg je ondersteuning op maat.
  • Zorg voor laagdrempelige en herkenbare aanspreekpunten per wijk waar kinderen en jongeren terecht kunnen met vragen, bezorgdheden en ideeën en die tegelijk centrale contactpunten kunnen zijn voor politie en het lokaal bestuur.
  • Wees als jeugddienst tegelijk de voelsprieten van het lokaal bestuur en de spreekbuis voor jongeren.

6. Een breed inzetbare jeugdinfrastructuur voor verschillende groepen jongeren

6.1 Wat?

Jeugdhuizen en jongerencentra zijn niet enkel organisaties en netwerken van jongeren, het zijn ook fysieke plekken. Om elkaar te kunnen ontmoeten en een goeie, gezellige werking uit te bouwen, hebben jongeren nood aan een eigen plek. Een kwaliteitsvolle plek die veilig, flexibel en multifunctioneel is.

Om verschillende jongereninitiatieven een plaats te geven in de jeugdinfrastructuur, coördineert een lokale overheid gedeeld ruimtegebruik.

Goede jeugdruimte is niet los te koppelen van alle andere ruimte in de gemeente. Je creëert geen eilanden van jongeren. Jeugdlokalen horen thuis in de buurt, niet in de uithoek van het dorp of de stad.

6.2 Waarom?

Jongeren hebben nood aan een polyvalente, veilige ruimte om hun eigen ding te doen. Uit het jeugdhuizenonderzoek blijkt bovendien dat jeugdhuizen gemiddeld meer vrijwilligers hebben, meer bezoekers aantrekken en een betere relatie met de buurt hebben als de infrastructuur groter en moderner is, en verschillende ruimtes omvat voor afzonderlijke doeleinden.

Een multifunctionele infrastructuur geeft letterlijk ruimte aan nieuwe initiatieven van jonge creatievelingen. Jong (lokaal) talent krijgt zo een plek. Het jeugdhuis is een culturele experimenteerruimte met een uitgebouwde creatie-, presentatie- en podiumfunctie. Dat stimuleert creativiteit.

Gedeeld ruimtegebruik werkt enkel met een goed doordacht kader – met een medewerker die zorgt dat alles vlot verloopt. Dan geeft het ruimte aan activiteiten die geen plek vinden, bespaart het kosten, vermindert het de impact op het milieu, stimuleert het ontmoeting en diversiteit, geeft het kansen aan nieuwe organisaties, stimuleert het mede-eigenaarschap en co-creatie en geeft het identiteit aan de buurt.

Jongeren moeten altijd deel uitmaken van de buurt, en van de samenleving in het algemeen. Jongeren dreigen echter vaak hun legitimiteit in de publieke ruimte te verliezen. Ze maken er onmiskenbaar deel van uit, maar krijgen soms een plek toebedeeld ver buiten de publieke arena, waar ze niet beschouwd worden als overlast. Niemand ten laste, maar ook niemand ten goede.

6.3 Hoe?

  • Werk in dialoog met het jeugdhuis een doordacht kader uit waarbinnen afspraken gemaakt worden voor gedeeld ruimtegebruik.
  • Voorzie voldoende middelen voor jeugdhuizen om hun infrastructuur te kunnen delen. Een ondersteunende professionele medewerker is nodig bij grotere infrastructuur.
  • Ondersteun jeugdhuisinfrastructuur zowel op financieel, als materieel en inhoudelijk vlak. Blijf daarbij oog hebben dat jeugdhuizen zich mede-eigenaar voelen van de infrastructuur: geef hen voldoende inspraak. Voorzie een budget voor beheer en onderhoud (klusjes, poetsen, diefstalpreventie, inrichting,…).
  • De infrastructuur en het interieur moeten ook ruimte bieden voor het aanbod dat (nog) niet in het jeugdhuis aanwezig is. Zo geef je letterlijk én figuurlijk ruimte aan nieuwe ideeën.
  • Geef het jeugdhuis een plek in de publieke ruimte. Jeugdhuizen zijn een plaats waar diverse sociale initiatieven samenkomen en horen dus thuis in de buurt zelf. Zij maken deel uit van een netwerk van ruimtes voor kinderen en jongeren. Maak de buurt duidelijk wat de voordelen zijn van een jeugdhuis.
  • Jeugdhuizen hebben de kracht in zich om verbinding te maken tussen verschillende groepen jongeren en organisaties. Zo creëer je warme buurten en gemeenschappen.
  • Motiveer jeugdhuizen in hun rol als gespreksstarters. Via kleine interventies kan een jeugdhuis het gesprek met de buurt op gang brengen. Zo laten jongeren zien dat ze op een positieve en kritische manier een bijdrage leveren, en zo krijgen zowel de jongeren als de buren een gezicht.

7. Een breed jeugdbeleid over de beleidsdomeinen heen

7.1 Wat?

Lokaal jeugdbeleid is de verantwoordelijkheid van het lokaal bestuur. Dus niet enkel de schepen van jeugd, maar het voltallige bestuur draagt hierin zijn verantwoordelijkheid en draagt zijn steen bij. Goed lokaal jeugdbeleid is dus breed lokaal jeugdbeleid. Er is geen domein ‘jeugd’: Jeugdbeleid gaat over domeinen heen. De finaliteit is dus om alle beleidsdomeinen permanent rekening te laten houden met alle kinderen en jongeren.

7.2 Waarom?

Jeugdbeleid is sterk gelinkt met werk, onderwijs en welzijn, financiën, verkeer en sport. Alle kinderen en jongeren zijn een aanzienlijk deel van de bevolking van een stad of gemeente. Elke beslissing op elk domein heeft vroeg of laat invloed op hen. Het lokale beleid zal moeten nadenken over hoe het op een geïntegreerde manier initiatieven voor jongeren kan ondersteunen. De schotten tussen jeugdwerk, sport, cultuur, welzijn, werk, onderwijs … zullen moeten worden opgeheven.

Een breed jeugdbeleid zorgt voor meer mogelijkheden, innovatieve projecten en een grotere en meer diverse return voor zowel het lokale bestuur als het veld.

7.3 Hoe?

  • Informeer, sensibiliseer en stimuleer al het personeel om bij opmaak van beleid, acties, evenementen, ontwikkelingen steeds rekening te houden met de impact hiervan op het leven van kinderen en jongeren.
  • Engageer je om participatie van alle kinderen en jongeren binnen alle diensten en sectoren binnen de gemeente te stimuleren.
  • Zorg voor begrijpbare communicatie: Vertaal de inhoud van alle beleidsdomeinen op maat van kinderen en jongeren.
  • Werk zelf projectmatig om de schotten tussen diensten en beleidsdomeinen te doorbreken.

--

[1] Met ‘het jeugdhuizenonderzoek’ bedoelen we ‘De Pauw P., Smits W., Jeugdhuizen in Vlaanderen: Een onderzoek bij jeugdhuizen, beroepskrachten, vrijwilligers en bezoekers (2014.)’, te raadplegen op http://www.sociaalcultureel.be/jeugd/onderzoek_and...

[2] Met de subsidieregeling voor bovenlokale projecten van jeugdhuizen wil de Vlaamse Overheid inspelen op veranderingen die zich in de jeugdhuissector voordoen en impulsen geven voor creativiteit en vernieuwing. Dit werd erkend in een besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 betreffende de toekenning van subsidies aan jeugdhuizen voor de uitvoering van een bovenlokaal project. De regeling wordt in 2018 vernieuwd en meer definitief en structureel gevat door het nieuwe decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen. Het ontwerp wordt momenteel behandeld in het Vlaams Parlement. Zie: http://www.sociaalcultureel.be/jeugd/regelgeving_b...