Bevoegdheden van de gemeente

Voor de gemeente zijn er niet direct bevoegdheden voorzien. Een politiereglement kan nooit afwijken van hogere wetten en decreten. In de gewijzigde VLAREM is er nu wel explicieter een exclusieve rol weg gelegd voor het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) wat betreft vaste inrichtingen. Dit was ook reeds in het verleden zo, maar werd zelden toegepast.

In de praktijk kan een gemeente nu minder zelf regelen dan voor 1/1/2013. Toen waren enkel dansgelegenheden groter dan 100m² ingedeeld in VLAREM. Nu is er ook een regeling voor muziekinrichtingen kleiner dan 100m². De indeling in categorieën maakt duidelijk wat er standaard verplicht is en dus ook wanneer die verplichting niet geldt.

Geen verplichte opleggingen of verplichtingen

Een gemeenten kan geen algemene en bijkomende verplichtingen opleggen aan muziekinrichtingen. Algemene maatregelen (bv. verplicht gebruik van een begrenzer in categorie 1) kan men deze categorie niet opleggen. VLAREM is van toepassing in alle 308 Vlaamse gemeenten en alleen de Vlaamse regering kan beslissen tot bijkomende verplichtingen.

Geen verplicht akoestisch onderzoek bij een klasse 3 inrichting (categorie 2)

Bij een melding klasse 3 kan een gemeente dit nooit standaard opleggen. Een gemeente kan enkel individuele maatregelen nemen als ze dit bijzonder kunnen motiveren, bijvoorbeeld als er regelmatig overlast was in het verleden. Toch moet men hier ook de proportionaliteit in acht nemen. Bij een klasse 3 is een volledig akoestisch onderzoek niet alleen erg duur voor de uitbater, het heeft bovendien geen enkele meerwaarde omdat je met een overdrachtsmeting (‘light onderzoek’) net dezelfde resultaten kan bekomen.

Een volledig akoestisch onderzoek kost al vlug 2.500 tot 3.000 euro, terwijl een overdrachtsmeting slechts 600 euro kost. Sommige gemeentelijke milieudiensten kunnen deze meting zelf uitvoeren, in andere gemeenten voorziet men subsidies om dit te laten doen.

Een overdrachtsmeting kan als resultaat opleveren dat de akoestische isolatiewaarde van het gebouw zodanig slecht is dat je niet eens 85dB(A)LAeq,15min kan halen. Dit betekent dat je gebouw niet geschikt is om permanent uit te baten als muziekinrichting. Je kan wel 12 uitzonderingen aanvragen per jaar. Voor de rest kan je enkel muziek als achtergrondgeluid gebruiken. Een oplossing is een zware (en dure) sanering van het gebouw.

Afspraken over afwijkingen per inrichting

Een principe van goed bestuur kan zijn: zo weinig mogelijk losse aanvragen op het CBS. Zelfs een bundeling van aanvragen is dan geen goede optie omdat het totaal aantal aanvragen daar niet mee vermindert. Een goed principe kan dan zijn: zoveel mogelijk afwijkingen regelen via een ‘kader’ en dit per inrichting, dus zo weinig mogelijk aanvragen voor losse activiteiten. Een uitzondering aanvragen moet dus de uitzondering blijven.

Argumenten pro

  • Administratieve ontlasting voor organisator en overheid.
  • Je dreigt anders te vervallen in een standaard antwoord (ja/nee) terwijl je elke aanvraag apart zou moeten beoordelen en elke beslissing individueel moet motiveren. Vraag is of de lokale overheid hierin zal slagen. De kans bestaat dat de milieuambtenaar bedolven zal worden onder de aanvragen. Het is dan bijna onmogelijk om elke muziekactiviteit individueel en op een ernstige manier te behandelen
  • Er moet absoluut vermeden worden dat men gaat discussiëren over welke groep (genre) er nu wel of niet zal mogen optreden. Je komt dan al vlug terecht in een situatie waarbij bepaalde muziekgenres in de praktijk verboden worden.

De oplossing

  • Openlucht (fuif, festival,…) en tenten: telkens op CBS en dit ruim op voorhand
  • Muziekactiviteiten in vaste inrichtingen waar er regelmatig muziekactiviteiten plaatsvinden: werken met een soepel kader. Vanuit een ‘overdrachtsmeting’ kan er perfect beslist worden welke maatregelen genomen moeten worden zonder dat men telkens langs moet bij het CBS. Niet alleen de akoestische isolatie zal belangrijk zijn, maar ook wanneer je iets wil organiseren (’s nachts, overdag, ’s avonds) en wat (dance, rock, pop/jazz). Wil men buiten dit kader iets doen dan moet men een aanvraag indienen.
  • Muziekactiviteiten in vaste inrichtingen waar er uitzonderlijk muziekactiviteiten plaats vinden (meestal zalen categorie 1). Bij voorkeur via een afspraak met de zaaluitbater/verhuurder. Deze dient de uitzonderingsaanvragen in, bewaakt dat het aantal van 12 niet wordt overschreden, informeert de huurder en legt eventueel bijkomende verplichtingen op, en zal op bepaalde tijdstippen controles doen.
  • Muziekactiviteit in een uitzonderlijke inrichting (fabriekshal, …): via een afzonderlijke aanvraag.

Voorbeelden

Inrichting klasse 3 (categorie 2)

Norm nacht (dance) is hierbij 88 dB(A). Binnen deze categorie kan men overdag en ook bijna steeds ’s avonds de grens van 95 dB(A) halen. Het CBS zou hier kunnen beslissen dat alle activiteiten waarbij de grens 95 dB(A) is kunnen plaats vinden als ze eindigen voor 23u00.

Jazz/pop

Rock

Dance

Dag

95

95

95

Avond

95

95

93

Nacht

93

90

88

Inrichting klasse 2 (categorie 3)

Norm nacht (dance) is hierbij 94 dB(A).

Enkel nachtelijke activiteiten kunnen hier voor het overschrijden van de buitennormen zorgen.

Jazz/pop

Rock

Dance

Dag

102

102

102

Avond

102

101

99

Nacht

99

96

94

Wat als de gemeente haar boekje te buiten gaat?

Gemeenten mogen zich geen bevoegdheden toe eigenen die ze niet hebben. Iets dat reeds geregeld is op een hoger beleidsniveau mag niet nog eens geregeld wordt op het lokale niveau. Dat is een algemeen principe en mag niet met de voeten getreden worden. Alle beleidsbeslissingen moeten bovendien voldoende gemotiveerd worden.

De organisator of uitbater die vindt dat zijn rechten werden geschaad kan:

  • Naar de rechtbank stappen als er toepassing is van een onwettig reglement. Als er tegen de goedkeuring van een reglement door de gemeenteraad niet tijdig een bezwaar werd ingediend dan blijft het reglement wel bestaan maar kan een rechter oordelen dat het niet toegepast mag worden.

    Een (politie)rechtbank kan dus het reglement niet-bindend verklaren, waardoor de sanctiebevoegdheid van het reglement weg valt. Een benadeelde kan ook altijd zelf naar een burgerlijke rechtbank stappen en vragen het besluit te vernietigen.
  • Naar de voogdijoverheid of de Raad van State stappen als er tegen de organisator of inrichting een maatregel wordt genomen die onwettig is.

    Je kan een administratief beroep aantekenen indien bij de voogdijoverheid (Gouverneur of Vlaams minister van Bestuurszaken en Binnenlands Bestuur). Deze kan het besluit vernietigen. Het besluit is dan niet geldig. De termijn om te schorsen of vernietigen bedraagt 30 dagen. Bij een administratief beroep zal de hogere overheid de nodige stukken en de verantwoording bij de gemeente opvragen. De schorsingstijd wordt dan zolang opgeschort tot alle stukken binnen zijn.

    Een procedure bij de Raad van State is mogelijk binnen een termijn van 60 dagen nadat de beslissing uitvoerbaar is. Dit kan echter enkel als eerst alle andere wettelijke administratieve rechtsmiddelen werden uitgeput. De Raad van State doet de uitspraak ten gronde! Als het annulatieberoep ‘kennelijk gegrond’ is, kan gebruik worden gemaakt van de bijzondere en versnelde procedure (art. 94 van het procedurereglement). In het andere geval wordt het de gewone – en dus trage – procedure.