Wat zegt de wet?

In een jeugdhuis mag niet gerookt worden. Een jeugdhuis is een ‘plaats toegankelijk voor publiek’ en op zulke plaatsen geldt een algemeen rookverbod.

Rookverbodstekens

Aan de ingang van het jeugdhuis en in elk lokaal moet je volgens de wet rookverbodstekens ophangen zodat iedereen ze kan zien.

Elk rookverbodsteken moet minstens een diameter hebben van 9 cm. De achtergrond is wit, de afbeelding van de sigaret zwart en de rand en dwarsbalk zijn rood.

Bovendien mag niets in je jeugdhuis aanzetten tot roken of laten uitschijnen dat roken toegestaan is. Het is m.a.w. ook verboden om asbakken in het jeugdhuis te zetten.

Rookkamer

Jeugdhuizen mogen wel een rookkamer voorzien. De wet voorziet een aantal voorwaarden.

  • De rookkamer is een afgesloten ruimte (wanden én plafond met gesloten deur).
  • De rookkamer is geen doorgangszone en is zodanig gebouwd en ingericht dat de ongemakken van rook t.o.v. niet-rokers maximaal verhinderd worden.
  • De rookkamer wordt duidelijk als lokaal voor rokers geïdentificeerd.
  • In de rookkamer mag je mensen niet bedienen. Rokers mogen wel zelf hun drank meenemen van het jeugdhuis naar de rokers.
  • De rookkamer mag niet groter zijn dan 1/4de van de totale oppervlakte van het jeugdhuis.
  • De rookkamer moet een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem hebben dat de rook voldoende verwijdert.

Controles

Het rookverbod wordt gecontroleerd door regionale inspecteurs van federale overheidsdienst Volksgezondheid. De meeste jeugdhuizen kregen al minstens één keer een controleur over de vloer.

De inspecteurs gaan na of het jeugdhuis in orde is met de wetgeving en kunnen bij overtredingen ook sancties nemen: een waarschuwing, een proces-verbaal, een boete … Zowel de uitbaters als de gebruikers die weigeren het rookverbod na te leven, riskeren een boete tussen 150 en 5500 euro. Zowel het jeugdhuis als zijn rokende bezoekers kunnen dus gestraft worden.