Ondanks alle stappen die je ondernomen hebt, ben je toch slachtoffer geworden van een gewelddadig incident. Dit kan een enorme schok teweeg brengen.
Reactiefases
Slachtoffers maken na zo’n incident verschillende fases door. Deze fases zijn meer van toepassing op de relatie tussen hulpverlener en slachtoffer, maar de eigenschappen ervan kunnen helpen om te snappen hoe iemand uit je jeugdhuis zich voelt na zo’n incident.
- De crisisfase duurt tot 90 minuten na de aanval. In het lichaam wordt nog steeds adrenaline geproduceerd. Het lichaam is in een staat van paraatheid. Na een periode neemt deze spanning af. Het slachtoffer kan hierna fysiek en mentaal uitgeput zijn.
- De postcrisisfase kan enkele dagen tot weken duren. De fase is gekenmerkt door een gevoel van verlies van zelfvertrouwen om nog met jongeren te werken. Het slachtoffer verliest zijn motivatie en heeft zin om met zijn engagement te stoppen.
- Op middellange termijn hervat de medewerker zijn engagement, maar hij blijft waakzaam. Hij overschat de kans op een nieuwe gewelddadige situatie. Ook de locatie betreden waar het gewelddadige incident toen plaatsgevonden heeft, gebeurt meestel behoedzaam.
- Langetermijneffecten kunnen de kop opsteken bij zeer zware agressiesituaties. Kenmerkend zijn het onverwacht overweldigd worden door angst, flashbacks … En dat tot maanden en jaren na de gebeurtenis. Er is hier al sprake van een post traumatische stress-stoornis.
Hoe hiermee omgaan?
Wat kan je in zulke situaties doen?
- Geef medische en materiële zorg: breng het slachtoffer naar een rustige ruimte, geef hem warme kledij, een koffie of andere drank die hem tot rust kan brengen en indien nodig de eerste medische zorgen.
- Luister naar het verhaal van het slachtoffer, laat hem gerust ventileren: wat is er gebeurd, hoe voel je je …
- Informeer de persoon over het te verwachten verloop van zijn situatie: de crisisfase, de postcrisisfase, gevolgen op korte termijn enz. Vertel hem dat dit een normale reactie is op een abnormale gebeurtenis.
- Bied de persoon in kwestie eventueel (neutrale) professionele hulp aan die het verwerkingsproces kunnen bevorderen.
Het is belangrijk dat er op het moment van de opvang geen vragen gesteld worden over de manier van aanpak. Ook goed bedoeld advies laat je beter even achterwege. Je luistert vooral en neemt aan en bevestigt dat het kernlid op dat moment alles gedaan heeft wat binnen zijn mogelijkheden lag om het incident tot een goed einde te brengen.
